Een kwinkslag is nooit ver weg als je met Eddy Planckaert (61) en Bram Tankink (41) aan dezelfde tafel plaatsneemt. Een Belg en een Nederlander maar toch zoveel gelijkenissen. Beiden hebben een succesvolle profcarrière achter de rug – laatstgenoemde was de trainingspartner van Tom Dumoulin en ploegmaat van Steven Kruijswijk en Primoz Roglic – en maken zich nu nog verdienstelijk in de wielersport, als analisten voor Sporza. Wij trokken naar de Ardennen en blikten vooruit op de komende Tour.

Door Tom Vandenbussche

Bure, een pittoresk Ardennendorp op een dinsdagochtend. Plaats van afspraak is ten huize Planckaert, waar we hartelijk ontvangen worden door Eddy Planckaert, ex-profrenner sinds 1 januari 1991. Eveneens van de partij: Bram Tankink, ex-prof sinds 1 januari 2019 en met de mountainbike naar dit interview afgezakt. “Ik verblijf met mijn gezin in Houyet, een dorpje op een uur rijden van hier. Ik vind deze streek geweldig. Het doet me een beetje denken aan de Dordogne.” Tankink vraagt Planckaert hoe hij in de Ardennen is terechtgekomen. “Toen ik zelf nog koerste, wilde ik altijd in de Pyreneeën gaan wonen. Die zijn ruwer dan de Alpen. Een grote boerderij was mijn droom. Daarom zocht ik iets rustigs en zo belandde ik achttien jaar geleden in Lesterny, een dorp hier twee kilometer vandaan. Intussen hebben we twee chambre d’hôtes, een chaletpark, een bouwfirma en vooral veel bossen.”

Hoe goed kennen jullie elkaar ?

Tankink: Niet zo goed.

Planckaert: Maar ik ken hem wel van de Tour du Jour (een Nederlands praatprogramma op tv tijdens de Tour waarin hij van 2013 tot 2015 analist was, red.). Toen dacht ik: dit is hem. Als je zo’n kerel voor de camera zet, ligt iedereen krom. Afzien, maar toch die humor erbij. Een topkerel. En een goeie kop. Hij kan het uitleggen en wordt ook geapprecieerd als hij iets uitlegt. Toen hij vorig jaar tijdens de Ronde van Vlaanderen voor de eerste keer analist voor Sporza was, wist ik vooraf al dat hij dat goed zou doen.

Tankink: Ik kende Eddy natuurlijk al van zijn prestaties van vroeger, maar er is altijd die lach, hé. Als hij in de studio zit, voel je je meteen op je gemak.

Zouden de renners Eddy Planckaert en Bram Tankink hun plaatsje gehad hebben in deze voorbeschouwing op de Tour?

Planckaert: Dat denk ik wel. Toch zeker als het over ritzeges gaat. Ik was altijd een favoriet voor de vlakke etappes en de groene trui. Maar voor het geel? Neen, dat uiteraard niet.

Tankink: Ik ook niet. In het huidige wielrennen is er geen plaats meer voor mensen die anders denken. Je moet anno 2020 in het stramien passen. Dat zou voor mij moeilijk zijn.

Planckaert: Bram, over jou zouden ze zeker gesproken hebben, want jij was geen simpele knecht. Jij kon bergop rijden. Bram kwam uit voor Jumbo-Visma, waar Laurens De Plus nu rijdt. Dat is daar ook maar een knecht, hoor!

Roglic is op dit moment de beste. Maar de Tour is anders. Ik houd het dus op Bernal.”

– Eddy Planckaert –

Over Jumbo-Visma gesproken: dat is één van de twee sterke teams in deze Tour, met Dumoulin en Roglic. Zij nemen het op tegen het INEOS van Tourwinnaar Bernal.

Tankink: Bij Jumbo-Visma wordt enorm professioneel gewerkt. Vorig jaar was dat al zo en nu is Dumoulin erbij gekomen. Ik denk dat Roglic de sterkste is, alleen is hij in de Dauphiné, net zoals Kruijswijk ten val gekomen. Het is moeilijk om de situatie correct in te schatten. Maar ook Bernal liet niet zo’n goeie indruk na. Ik tip dus op Roglic. Zijn ploeg heeft de Dauphiné gedomineerd. INEOS is niet goed genoeg op dit moment. Froome en Thomas worden niet zomaar thuis gelaten.

Planckaert: Ik hoop vooral dat INEOS en Jumbo-Visma tot de laatste dag zullen strijden. We mogen van geluk spreken dat Jumbo-Visma er is. Movistar stuurde vorig jaar met Landa, Quintana en Valverde ook drie toppers naar de Tour, maar dat was het ook niet, hé. Nu krijgt INEOS tenminste een gestructureerde ploeg tegenover zich. Met ook nog eens een Wout van Aert die vorig jaar al zo sterk reed. Eerlijk? Ik heb geen persoonlijke favoriet. Maar volgens mij wordt het toch Bernal. Roglic is op dit moment de beste en heeft een supersterke ploeg. Maar de Tour is anders. Ik houd het op Bernal.

Wat met Dumoulin? Tot voor kort een vraagteken, maar in de Dauphiné zagen we positieve signalen.

Tankink: Heel positieve zelfs. Dat is een opluchting voor mij. Als er iemand de komende weken nog veel beter kan worden, zal het Tom zijn.

In je autobiografie Tank beschreef je hoe moeilijk Dumoulin het na zijn Girozege in 2017 had met de toegenomen aandacht.

Tankink: (knikt) Dat is niet wat Tom wil. Hij heeft wel eens gezegd dat hij de Giro beter niet had gewonnen. De roem die erbij komt kijken, dat hoeft helemaal niet voor hem. Daarom woont hij nog altijd in Maastricht en verhuist hij niet naar Monaco. Hij wil gewoon Tom Dumoulin zijn.

Planckaert: Ze zijn bij Jumbo slim genoeg om hem af te schermen en ervoor te zorgen dat hij dat niet hoeft te doen.

Hoe jammer is het voor Jumbo-Visma dat Kruijswijk er niet bij is?

Tankink: Dat is zo’n topper die net dat tikkeltje onder de absolute top blijft.

Planckaert: (knikt) Ik zat vorig jaar met Kruijswijk in de studio. Topkerel. Topcoureur. Maar bij hem heb ik zo mijn vraagtekens. Vorig jaar was Laurens De Plus voor mij bij wijze van spreken even goed. Wij vroegen ons af waarom hij niet aanviel, maar de vraag was: kon hij wel aanvallen? (schudt het hoofd) Neen, het ging niet van Kruijswijk komen om de Tour te winnen.

Tankink: Maar zelfs zonder hem heeft Jumbo nog altijd het sterkste team, alleen komt de nadruk nu nog meer op Roglic te liggen, met Dumoulin als tweede man. De rolverdeling wordt heel duidelijk. Misschien brengt dat zelfs meer rust binnen de ploeg. (glimlacht) We zijn bij wijze van spreken van drie naar twee haantjes gegaan.

Als er iemand de komende weken nog veel beter kan worden, zal het Dumoulin zijn.” – Bram Tankink –

Kruijswijk leek me wel iemand die indien nodig in dienst wilde rijden.

Planckaert: Dat was ook mijn vraag. Bram zal dat wel weten.

Tankink: (fronst de wenkbrauwen)

Planckaert: (lacht) Zie je dat koppeke?

Tankink: INEOS heeft mannen die geen kopman zijn, maar wel tot de laatste kilometers bergop mee kunnen. Jumbo-Visma heeft die mannen nu ook. Bennett, Kuss, Gesink… Als zij wegvallen, zal er worden aangevallen. En dan was het aan Steven. Hij zou iemand van INEOS meegekregen hebben. Dat zal nu natuurlijk niet kunnen.

Wie van de kopmannen bij Jumbo zal het vlugst in dienst rijden?

Tankink: (kordaat) Dumoulin.

Planckaert: (knikt) Dat denk ik ook.

Tankink: Absoluut. Hij heeft dat zelf gezegd. En dat is ook zijn manco binnen die ploeg. Tom wil graag de beste zijn als hij de beste is. Anders kan hij zich perfect aanpassen. Kruijswijk is een haantje die het op een andere manier ging proberen uit te buiten. Steven zou vooruit gaan rijden en zeggen dat het voor Roglic was, maar intussen maakte hij wel zelf kans op de zege.

Planckaert: Durf jij Kruijswijk met Dumoulin te vergelijken? Ik schat Tom toch een stukje hoger in.

Tankink: Onderschat Steven bergop toch maar niet. In de Giro die hij ging winnen, was hij outstanding. Hij reed toen wel maar tegen Nibali en Chaves, maar de superioriteit die hij daar drie weken lang vertoonde, is alleen weggelegd voor de hele groten en dat maakt hem mede zo goed.

We hebben het over Jumbo-Visma en INEOS, maar er rijden straks nog twintig andere teams in de Tour.

Tankink: Pas op voor Alaphilippe. Wie gaat er hem drie weken lang vangen?

Planckaert: Die kan je niet vangen. Als je links rijdt, is hij langs rechts weg. (lacht) Maar ik geloof niet dat Alaphilippe ooit de Tour kan winnen.

Tankink: Hij is er vorig jaar toch wel heel dicht bij geweest, hé. (grijnst)

Planckaert: Ik weet het, ik weet het! En ik zat te hopen dat hij ging winnen. Alaphilippe is een coureur naar mijn hart. Pas trouwens ook maar op voor Pinot! Dat hij altijd een slechte dag heeft? Ik weet het niet, hoor. Vorig jaar was hij de beste in koers.

Tankink: Ik weet ook niet of Pinot per se een slechte dag heeft. Dat is vooral mentaal. Wat bij Alaphilippe altijd langs de goede kant valt, kan bij Pinot wel eens langs de slechte kant vallen.

Planckaert: Weet je wie me in de Dauphiné is opgevallen? Sepp Kuss. Bergop is dat een monstertalent. Jumbo-Visma heeft gewoon een fantastische ploeg. Maar INEOS heeft dat ook.

Kan iemand die niet bij INEOS of Jumbo-Visma rijdt eigenlijk de Tour winnen?

Planckaert: Dat geloof ik niet. Of er zou een mirakel moeten gebeuren.

Tankink: Die twee ploegen hebben altijd wel iemand in het wiel zitten. Dan moet je al die toppers al los uit het wiel rijden. Dat kan haast niet.

Planckaert: De Tour is anders. Daar loopt iedereen op de toppen van de tenen. En zeker dit jaar. Iedereen leeft er volledig naartoe. Iedereen moet iets bewijzen. Ik heb het al duizend keer gezegd: de Tour is de Tour. Een sprinter sprint er vlugger. Een klimmer klimt er sneller. En een tijdrijder rijdt er harder in een tijdrit. Geloof me: we gaan in deze Tour wat meemaken.