Het Facebook van de DNA-profielen

BRUSSEL – Vandaag is het vaderdag. Groot feest in de meeste families, maar voor heel wat donorkinderen geeft deze dag ook een wrang gevoel. Ze kennen hun biologische vader niet en zijn zoekende. “Dat gebeurt via een soort Facebook voor DNA-profielen”, vertelt Steph Raeymaeckers van de organisatie Donor Detectives.

Steph Raeymaeckers van Donor Detectives: “Het is een fundamenteel recht om te weten waar je vandaag komt.” (GF)

Vermits de wetgeving het nog steeds niet toelaat om je afstamming te achterhalen, doen steeds meer donorkinderen beroep op internationale DNA-databanken. Donorkinderen en donoren kunnen zich er registreren en elkaar zo vinden. “Een soort Facebook voor DNA-profielen”, vertelt Steph Raeymaekers, die met de organisatie Donor Detectives donorkinderen een helder overzicht biedt van alle stappen die ze kunnen zetten op zoek naar hun onbekende biologische ouder(s) en andere verwanten. “Mensen kopen een test – deze kost tussen de 50 en de 100 euro – en daarmee swipen ze langs de wangen om DNA te verzamelen. Daarna sturen ze de test op en wordt er een elektronisch DNA-profiel opgesteld die vervolgens in de databank beschikbaar is. Je DNA-profiel wordt automatisch vergeleken met de profielen van de andere geregistreerden. De mensen waar je DNA mee deelt, verschijnen in de lijst van jouw DNA-matches.  Aan de hand van de hoeveelheid DNA die je met iemand deelt, wordt de graad van verwantschap vastgesteld”, legt Steph uit.

Heel wat donorkinderen zijn, net als Steph, op zoek naar hun afkomst “We krijgen wekelijks minstens één zoekvraag binnen”, vertelt ze. Voor haar zijn er heel wat redenen om op zoek te gaan naar je biologische ouder. “Ten eerste is er het fundamenteel recht om te weten waar je vandaan komt. Want die bepaalt deels je identiteit en behoort dus jou toe. Ik vind het onrechtvaardig om iemand met een valse of halve identiteit het leven in te sturen. Daarnaast is er uiteraard ook het belang om de medische geschiedenis te kennen”, gaat ze verder.

DNA om de code te kraken

“DNA is de enige manier om de code te kraken en de waarheid te achterhalen. De komst van DNA-databanken legt de sleutel in handen van de donorkinderen zelf en maakt de zoektocht haalbaar. Registreert de donor zich, dan wordt het ontbrekende puzzelstuk meteen gevonden. Wanneer hij zich nog niet registreerde, duurt het langer omdat er dan aan de hand van de DNA-matches stambomen uitgebouwd moeten worden. Dit vraagt tijd en inzet. Maar soms kan het ook gewoon  in een stroomversnelling geraken doordat er nieuwe en hogere DNA-matches uit de lucht komen vallen.” Steph merkt dat ook steeds meer donoren zich registeren: “Ondertussen heb ik weet van een 40-tal mannen dat zich heeft aangemeld.”

Patrick D. is niet langer bang dat zijn kinderen plots voor de deur staan

 “Ik wil uit de anonimiteit treden”

Patrick D., spermadonor begin jaren 80, wil uit de anonimiteit treden voor de kinderen die hij verwekt heeft. “Reportages hebben me doen inzien dat velen de drang hebben hun vader te kennen en dat ze vaak een wanhopige zoektocht doen. Ik zal mijn DNA laten registreren om gevonden te worden. Ze mogen hier morgen aan de deur staan”, vertelt hij.

Patrick D.: “Ik heb geen spijt. Ik heb ouders met een kinderwens blij gemaakt.” (foto Christophe De Muynck)

Je vertelt dat je twee kinderen zelf verwekt hebt en nog tal van andere onrechtstreeks. Leg eens uit.

Twee kinderen zijn inderdaad effectief voortgekomen uit seks, maar niet uit vaste relaties. Ik wilde geen kinderen, die vrouwen wel.  Uit mijn studententijd is een dochter voortgekomen en vele jaren later – in 2008 – een zoon. De dochter is nu 39 jaar, de zoon moet 12 of 13 zijn. Daarnaast was ik tijdens mijn studententijd ook spermadonor aan de KUL.

Heb je je dochter of zoon ontmoet?

Beiden enkele keren als ze pas geboren waren, maar dat deed me niets. Mijn dochter heb ik op haar 21ste voor de eerste keer echt ontmoet en we hadden fijne babbels, maar die relatie is intussen opnieuw verbroken. Met mijn zoon heb ik geen contact. Het lijkt me echter wel fijn om later met hem eens een pint te gaan drinken.

Ik heb destijds de ouders gelukkig gemaakt, nu wil ik de kinderen gelukkig maken.

Was er bij jou ooit een vadergevoel?

Neen, nooit. Ik ben een libertijn en wil dus vrijheid en de wereld ontdekken. Vroeger trok ik met de rugzak naar de hippie-eilanden, dus een kind paste niet in dat leven. Nu ben ik happy single en dat is het leven dat ik wil leiden. Het zou prima zijn voor mij om de kinderen nu te leren kennen, want ze zijn al groot. Ik heb vroeger goed kunnen slapen en geen pampers moeten verversen. Klinkt misschien hard, maar ik ben hier ook altijd duidelijk in geweest.

Je was spermadonor. Vanwaar deze keuze?

In 1981 las ik in Humo een artikel over spermadonoren en ik wilde als student wel een centje bijverdienen. Zo kwam ik in de KUL terecht. Ik was er spermadonor in de jaren 1981 en 1982. Masturberen op mijn kot, snel met de fiets naar de KUL om mijn potje af te geven en dan kreeg ik een cheque van 1500 Belgische frank, dus zo’n 40 euro. Dat moest snel gaan, want de KUL had geen spermabank, wat betekent dat de vrouw die geïnsemineerd werd al ter plaatse was.

Stond je er eigenlijk bij stil dat je ook effectief kinderen verwekte?

Neen en de anonimiteit gaf me ook rust. Ik wilde enkel een centje bijverdienen. Iemand die me het  vaderschap zou opdringen, hoefde ik niet. Ik was 20 jaar hé en de wereld lag aan mijn voeten. Spijt heb ik hier zeker niet van, want ik heb mijn bijdrage geleverd aan de geneeskunde en heb koppels met een kinderwens blij gemaakt.

Nu besef ik dat ook donorkinderen een groot verlangen hebben hun afkomst te kennen.”

Toch wens je nu uit de anonimiteit te treden. Waarom?

Dankzij sociale media en getuigenissen die ik zag in tv-reportages besefte ik dat ook donorkinderen een groot verlangen hebben hun afkomst te kennen. Nu en dan zaten daar wanhopige oproepen bij. Ik heb geen reden om de kinderen die ik als donor verwekt heb de info over hun afkomst te verzwijgen. Integendeel. Ik heb destijds de ouders gelukkig gemaakt, nu wil ik de kinderen gelukkig maken. Daarnaast ben ik zelf ook wel nieuwsgierig. Ik wil wel eens zien wie ik op de wereld gezet heb en eventueel een band met hen creëren. Daarom laat ik me registeren in de internationale DNA-databank. Zo kan ik makkelijker gevonden worden. Mijn nageslacht mag dus gerust aan mijn deur staan.

Wat mogen die kinderen – intussen veertigers – dan verwachten van jou?

Een glimlach en een warm welkom. Ik ben hun vader en ze mogen me kennen. En ze noemen me maar hoe ze willen: papa, Patrick; dat maakt me eigenlijk niet veel uit. Ooit raadden ze me bij de KUL af om uit de anonimiteit te treden. “Kinderen zullen geld van je willen”, kreeg ik daar te horen. Ik sta daar niet bij stil. Ik heb toch niets (lacht).

“De wetgeving schiet tekort vanuit kinderrechtenperspectief”

Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens. (GF)

Het Kinderrechtencommissariaat ijvert al lang voor het opgeven van de anonimiteit bij zaaddonoren. Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens: “Je kan heel wat kanttekeningen plaatsen bij donoranonimiteit. De voornaamste is dat de wetgeving vanuit kinderrechtenperspectief tekort schiet. De huidige wetgeving houdt geen rekening met donorkinderen, maar is uitsluitend gemaakt op maat van de wensouders en donoren. Ze komt niet tegemoet aan het verzoek van donorkinderen tot afstammingsinformatie, iets waar zij nochtans recht op hebben. Deze kinderen en jongeren hebben een biologische en sociale realiteit. Die bijten elkaar niet, maar vervangen elkaar ook niet.”

Dat het opheffen van de anonimiteit heel wat donoren kan afschrikken, weegt volgens haar niet op tegen het recht op afstammingsinformatie van donorkinderen. “In heel wat landen waar de anonimiteit is opgeheven, merk je dat er aanvankelijk een daling optreedt in het donorbestand. Na verloop van tijd stellen ze daar echter weer een stijging vast. Dat is  het geval in het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Denemarken”, aldus Vrijens.

Het Kinderrechtencommissariaat stelt een mindshift vast op basis van de meldingen die bij hen binnenkomen: “Waar vroeger vooral donorkinderen ons contacteerden, merken we nu dat ook wensouders ons contacteren omdat ze de rechten van hun kinderen niet willen schenden. Ze denken dus veel meer na over de rechtspositie van kinderen. Ook donoren contacteren ons omdat ze hun anonimiteit willen opheffen. Dat is een positieve evolutie”, besluit Caroline Vrijens. (Mieke Vercruijsse)