Alison Van Uytvanck openhartig over moeilijke periode in haar jeugd: “Ik durfde niemand iets zeggen”

1964

Het valt haar emotioneel zwaar erover te praten. Maar ze wil het toch doen. Om het taboe te doorbreken. Alison Van Uytvanck is jarenlang gepest om haar rode haren. Dat heeft haar bijna gebroken. Maar zie, vandaag is de 21-jarige Vlaams-Brabantse de nummer 2 van het Belgische vrouwentennis en de nummer 44 van de wereld. Mede dankzij de volharding van haar ouders. Een portret van een straffe madam die van haar rode haren haar handelsmerk heeft gemaakt.

Alison Van Uytvanck: “Waarom moeten mensen met rood haar gepest worden? Wat is het verschil tussen jij en ik? Ik begrijp dat echt niet.” (foto belga)
Alison Van Uytvanck: “Waarom moeten mensen met rood haar gepest worden? Wat is het verschil tussen jij en ik? Ik begrijp dat echt niet.” (foto belga)

Alison Van Uytvanck bereidt momenteel in Nieuw-Zeeland haar seizoen van de bevestiging voor. Het voorbije jaar profileerde ze zich als de nieuwe nummer één van België, al moest ze op de valreep Yanina Wickmayer laten voorgaan. Het hoogtepunt was haar kwartfinale op Roland Garros, een prestatie die haar leven overhoop gooide. “Je voelt plots zoveel meer druk op je schouders. De verwachtingen gaan pijlsnel de hoogte in. Al die interviews, al die aanvragen voor televisie, ik had het moeilijk daarmee om te gaan.”

Een erfenis van het Henin– en Clijsterstijdperk.

(zucht) Ik weet het. Maar dat is zwaar om dragen. Ik ben uiteindelijk nog maar 21. Ik vraag journalisten soms wat zij eigenlijk van ons verwachten. Wat we toen hebben meegemaakt, komt nooit meer terug. Maar nu staan er wel weer twee Belgische meisjes in de top-vijftig. Dat is toch fantastisch? Ik heb enkele maanden nodig gehad om die knop om te draaien, om ook mezelf geen onnodige druk meer op te leggen. Want mijn spel leed eronder. Er sloop twijfel in. Ik denk wel dat die ervaring me sterker heeft gemaakt voor de toekomst. Ik zal geen tweede keer zo onder de indruk zijn.

Wat verandert er verder voor iemand die de top-vijftig induikt?

Plots kent iedereen jou. Zelfs de grootste speelsters komen naar je toe. Op Wimbledon vroeg Simona Halep, de nummer twee van de wereld, om samen te trainen. En de trainer van Maria Sharapova nodigde mij uit voor een exhibitiewedstrijd. Dat is natuurlijk superleuk. Dat toont aan dat ze je respecteren. Ook op straat word je herkend. Al let ik daar niet altijd op.

Omgaan met die nieuwe status in het circuit wordt een grote uitdaging voor Alison, zegt je trainer Ann Devries.

Dat is ook zo. Je moet ook naast de baan laten zien wat je waard bent. In de eerste ronde van de Australian Open moest ik tegen Serena Williams spelen. Ik voelde mij zo geïntimideerd toen we in de gang stonden te wachten om het terrein op te komen. Zoveel power en zelfvertrouwen dat zij uitstraalt! Je staat te trillen op je benen. De eerste set verloor ik met 6-0. Nu moet ik zelf leren intimideren. Maar dat zal nog wat tijd vragen, vrees ik (lacht).

Je zegt dat niet graag als kind: ‘Mama, papa, ik ben ongelukkig’.

Wat ook verandert, is het geld dat binnenkomt. Je kwartfinale op Roland Garros leverde je 250.000 euro op. Hoe ga je daarmee om?

Mijn papa beheert dat, en ik vertrouw hem voor honderd procent. Hij werkt in de immobiliën en weet wel hoe je geld het best investeert. Ik ben niet van plan zotte dingen te doen. Nu, ik kan de verleiding wel begrijpen als je niemand achter je staan hebt. Je verdient ineens pakken geld. Na Roland Garros heb ik enkel een iPhone gekocht. Omdat het echt nodig was. Mijn ouders houden mij met mijn voetjes op de grond. Zij verlangen dat ik niet verander nu ik succes heb. Dat is niet altijd gemakkelijk. Je krijgt zoveel erkenning. Maar ik vraag het ook aan mijn vrienden: zie mij niet als die tennisster, maar gewoon als Alison.

Mis jij soms het leven van een normale 21-jarige?

Ja, toch wel. Let op: tennis is mijn passie. Als ik drie dagen niet kan spelen, loop ik hysterisch rond. Ik weet bijvoorbeeld nu al dat ik na mijn carrière tenniscoach word (lacht). Maar als ik dan mijn tweelingbroer Brett zie: hij studeert, gaat uit en hij is praeses van een studentenclub. Dat mis ik soms wel. Ik moet zó vaak neen zeggen aan mijn vriendinnen omdat ik moet rusten. Dat is niet altijd makkelijk uit te leggen. Ik zit ook tien maanden per jaar in het buitenland.

Waarom ben jij beginnen tennissen?

Dankzij mijn oudste broer Sean die tenniste in de club in Vilvoorde. Ik kreeg snel te horen dat ik talent had. Toen ik tien was, ben ik naar de topsportschool in Wilrijk gegaan. Op internaat. Maar dat was het begin van een donkere periode voor mij. (zwijgt even) Ik werd gepest. Vooral door de jongens. Ze lachten met mij en met mijn rode haren. Elke dag opnieuw. Het stopte niet.

Hoe ging je daarmee om?

Ik durfde niemand iets zeggen. Ook mijn ouders niet. Je zegt dat niet graag als kind: ‘Mama, papa, ik ben ongelukkig’. Je wil je ouders dat niet aandoen (stil). Ik zei dat ik wél graag naar school ging. Maar dat was niet zo. Ik ging met tegenzin. Op de duur kon ik het niet meer wegstoppen. Zij zagen dat ook aan mij. Op weg naar het internaat was ik muisstil in de auto. Twee jaar heb ik dat volgehouden. Dan ben ik teruggekeerd naar huis. Maar het pesten ging gewoon verder. Voor aanvang van het derde middelbaar ben ik opnieuw van school veranderd. Op het Sint-Donatus in Merchtem is het wel gestopt. Voor mijn klasgenoten daar deed mijn haarkleur er niet toe. Gelukkig. Ik weet echt niet wat er anders met mij gebeurd zou zijn. Als je dag in dag uit moet omgaan met pesterijen … (zwijgt even) Dat is niet gemakkelijk. (zacht) Ik heb momenten gehad dat ik wou stoppen.

Was je ook beschaamd in jezelf?

Ja. (zwijgt even) Ik heb erover nagedacht mijn haren te kleuren. Maar ik heb dat uiteindelijk toch niet gedaan. Ik ben wie ik ben. En sorry als je me niet mag om hoe ik eruit zie.

Ik zou heel tevreden zijn mocht ik ooit de top-tien halen

Kan je zoiets vergeten?

Nee. Je draagt dat altijd mee. (met krop in de keel) Ik heb het nu ook moeilijk om erover te praten. Maar ik wil het doen. Om het taboe te doorbreken. Omdat het moet stoppen. Waarom moeten mensen met rood haar gepest worden? Wat is het verschil tussen jij en ik? Ik begrijp dat niet. (zucht) Echt niet. Dat heeft mij veranderd als persoon. Het heeft mij innerlijk zoveel pijn gedaan. Ik heb het moeilijker om mensen te vertrouwen. Ik moet hen eerst goed kennen. Weet je, ik moet mijn ouders ongelooflijk dankbaar zijn. Zonder hen zat ik hier niet. Zij zijn altijd blijven investeren in mijn tenniscarrière, ook toen ik het moeilijk had. Ik snap soms echt niet waarom (lacht). Ik was niet eens een rastalent.

Vandaag bewijs je hun gelijk. Wat zijn je ambities voor dit jaar?

De top-32 halen. Dan ben je reekshoofd in de Grand Slams. En opnieuw een kwartfinale halen op een Grand Slam. En voor de tweede keer een WTA-tornooi winnen (lacht luid). Je ziet: veel ambities. Ik denk ook aan de Olympische Spelen. Ik denk dat elke sporter dat wel eens wil meemaken. Ik zou er graag dubbelen met Yanina Wickmayer. We hebben dat al besproken. Voorwaarde is wel dat we allebei een ticket hebben voor het enkelspel. De top-zestig van de wereld is geplaatst. Helaas worden de tickets pas uitgereikt na Roland Garros. Ik heb dus nog wat punten te verdedigen. Ik zit zeker nog niet safe.

Hoe hoog moet jij mikken?

(denkt na) Natuurlijk wil iedereen ooit eens de beste van de wereld zijn. Maar ik zou heel tevreden zijn mocht ik ooit de top-tien halen. En eens een Grand Slam winnen. Ik moet nog veel progressie maken, maar ik heb wel die ambitie.

Ik wens je ongelooflijk veel succes!