foto Belga

Wanneer we gisterenmiddag viroloog Marc Van Ranst spreken, zijn de nieuwe cijfers rond corona voor ons land net binnen. 64 nieuwe overlijdens en 789 patiënten op intensieve zorg. Toch verspreidt de bekende viroloog doorheen dit interview een boodschap van hoop. “De mensen doen heel erg hun best om in hun kot te blijven, en daar zien we ook het resultaat van. We moeten nu anders leven, maar we doen dat in de volle wetenschap dat er betere tijden komen na wat ik vanaf nu ‘de bevrijding’ ga noemen.”

Hoe evalueert u de recentste cijfers voor ons land?

“We zien een stabilisatie van het aantal doden, maar we zitten nog niet aan de piek, dat zal nog wel even duren. Langs de andere kant is er ook geen explosie van het dodental van pakweg 60 naar 150 per dag, dus in die zin ben ik voorzichtig optimistisch. Onze intensive care-units raken dag na dag wel steeds voller. De mensen die daar liggen, komen daar niet snel weer uit, dus dat is een bezorgdheid. Ik denk dat we op de piek de volledige capaciteit op intensieve zorg in onze ziekenhuizen zullen nodig hebben.”

De maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan zijn vrijdag verlengd, maar niet verstrengd. Mogen we daar ook een positief signaal in zien?

“Het is heel duidelijk dat de mensen heel erg hun best doen om afstand te houden en zoveel mogelijk in hun kot te blijven. We zien daar ook de resultaten van. Ja, de cijfers gaan nog omhoog, maar ze zijn minder hoog dan wanneer we deze maatregelen niet zouden nemen. We doen het ook op een menselijke manier. We sluiten mensen niet echt op in hun huis. We gebruiken een virologische realiteit. Mensen kunnen naar buiten, want als ze elkaar niet tegenkomen, is het risico op besmetting nul. Ik ondersteun ook heel erg maatregelen die je aan de bevolking kan uitleggen. De aanvankelijke beslissing om kappers wel open te houden of het beperken van de fietsafstand waren dat bijvoorbeeld niet.”

Zijn de komende weken cruciaal?

“Heel zeker, want we zien die getallen omhoog gaan, zoals voorspeld. Iedereen probeert met man en macht om die stijging zo klein en beheersbaar mogelijk te houden. Het zal kantje boordje zijn, maar het professionalisme van onze ziekenhuizen is bijzonder groot. Alle ziekenhuizen zijn nu eigenlijk covid-ziekenhuizen geworden. Gewone afdelingen zijn waar mogelijk ontruimd en het personeel is herschoold. De ziekenhuizen zijn er klaar voor. De bevoorrading van maskers blijft wel precair en is een aandachtspunt. Dat is een zwakke plek in onze verdedigingslinie. Men wijst daarvoor met de vinger naar de overheid, maar ik vind dat een gedeelde verantwoordelijkheid.”

U had het in ‘De Afspraak’ deze week over een app die bijhoudt met wie je contact hebt en die je contacten verwittigt als je corona hebt. Goed in de strijd tegen corona volgens de enen, een schending van de privacy volgens anderen.

“Beide kanten hebben gelijk. Ik kan de twee standpunten heel goed begrijpen. Alle rode vlaggen gaan bij mij omhoog als men tracking van personen doet, hoe anoniem ook. Ik vind dat een gruwelijk idee, maar het werkt wel. Ik ben daar persoonlijk niet uit. We kunnen zo’n app alleen introduceren als daar een maatschappelijk draagvlak voor is. Anders werkt dat niet. Kunnen we dat in ons land verplichten? Dat denk ik ook niet. Het werkt enkel als de bevolking er naar vraagt. Gezondheid en privacy zijn heel veel waard.”

Uw expertise wordt meegenomen in de besluitvorming rond de maatregelen. Voelt dat voor u als een zware verantwoordelijkheid?

“Dat is een verantwoordelijkheid, maar ik neem die niet alleen. Collega’s denken daar mee over na. Ik denk ook dat de politiek onze adviezen als belangrijk beschouwt en daar op een verstandige manier mee omgaat, een incident hier en daar niet te na gelaten.”

“Tracking via een app is een gruwelijk idee, maar het werkt wel”

Op Twitter zijn er mensen die u de hemel in prijzen, maar er zijn er ook die u neersabelen. Hoe gaat u daarmee om?

“Ik probeer via Twitter de vinger aan de pols te houden, maar het grootste deel van de zaken die over mezelf gaan, lees ik niet.”

Het hoeft niet altijd even serieus te zijn, u durft zelf ook al eens een grapje maken op Twitter.

“Ja, en ik ben ook een groot liefhebber van cartoons. Die bekijk ik met aandacht én met heel veel plezier. In cartoons worden zaken overdreven en dat vind ik prima. Ik hou die cartoons ook bij.”

U leeft al enkele weken aan hoge snelheid. Houdt u het tempo nog vol?

“Daar moet niemand aan twijfelen, ook omdat ik dit niet als hard werken beschouw. In vergelijking met jobs die echt hard labeur zijn, heb ik een prinsenleventje. Ik draai inderdaad lange uren, maar dat is niet veel anders dan anders. Het is niet zo dat ik vóór de coronacrisis maar wat zat te niksen. Het enige verschil is dat ik nu veel meer zichtbaar ben.”

Hoe neemt u even gas terug?

“Ik probeer elke avond nog iets te lezen. Je een uurtje verdiepen in iets wat niet met corona te maken heeft, dat doet deugd.”

Komt u aan bewegen toe?

“Ik wandel wel, maar dat is dan voornamelijk van het ene instituut naar het andere en van het labo naar de televisiestudio.”

Bent u nog vaak thuis?

“Ja, best wel eigenlijk. Ik heb een zoontje van tien. Milo volgt alles op televisie en is heel goed ingelicht. Zo heeft hij een lijst met influencers samengesteld die ons kunnen helpen om kinderen van zijn leeftijd te bereiken. Ik krijg veel steun thuis.”

Hoe lastig heeft u het met het feit dat etentjes, contacten met vrienden of uitstapjes weggevallen zijn?

“We moeten natuurlijk een paar maanden anders leven, maar we doen dat in de volle wetenschap dat dit niet blijft duren en dat er betere tijden komen na wat ik vanaf nu ‘de bevrijding’ ga noemen.”

foto Belga

Mensen applaudisseren voor de helden van de zorg en zetten beertjes voor het raam. In deze moeilijke tijden vinden we ook veel steun bij elkaar.

“Dat hoort er ook bij. Bij een crisis gebeuren verschrikkelijke dingen, maar het beste in de mens komt eveneens naar boven en ook dat moet voldoende aandacht krijgen. Dit zijn momenten waarop het land samenkomt en waarbij we met voldoende sociale afstand toch veel nabijheid, warmte en solidariteit voelen met elkaar.”

“Het tekort aan mondmaskers is de zwakke plek in onze verdediging”

Denkt u dat we hier als samenleving sterker uitkomen?

“Daar ben ik zeker van. Dat is bij andere crisissen ook zo geweest. We weten dat bepaalde dingen gaan blijven of een evolutie zullen doormaken. Zo vertrouwen we nu op thuiswerk, maar zien we ook dat daar limieten aan zijn. Want thuiswerken met kinderen, dat is niet zo evident. We kunnen ook komaf maken met bepaalde slechte gewoontes, zoals zieke kinderen naar de grootouders brengen. Dat is eigenlijk nooit een goed idee geweest. Hetzelfde geldt voor ziek gaan werken. Ik heb enkele jaren in de Verenigde Staten gewerkt. Daar moest je er echt niet aan denken om al hoestend de werkvloer te betreden. In Vlaanderen zeggen we daar niets over. Ben je ziek, blijf thuis. Dat is in sommige landen veel meer ingeburgerd dan bij ons.”

Wat doet u vandaag? Is deze zondag een werkdag voor u?

“Deze weken zijn er geen weekends en dat geldt voor heel veel mensen in ons land. Sommige dagen weet ik amper welke dag we zijn.”

Maar elke nieuwe dag, is ook een dag dichter bij ‘de bevrijding’.

“Zeker! Dat is iets waar we ook mogen naar uitkijken. Ik pleit nu niet meteen voor grote bevrijdingsfeesten, maar het zal wel zo aanvoelen.”

(Vincent Vanhoorne)