Bart Wellens: “Ik heb mijn sport altijd netjes beoefend en plots word je afgeschilderd als een misdadiger”

1501
(foto belga)

Het veldrijden is na het afscheid van tweevoudig wereldkampioen Bart Wellens een grote smaakmaker kwijt. Ook al kende de 37-jarige Kempenzoon de laatste jaren nog weinig sportieve successen, hij zorgde altijd voor kleur, op en naast het slijk. Nu staat hij net als elke andere ex-topsporter voor de zware opdracht een nieuw leven op te bouwen.

Hoe voelt het om die eerste crossen vanuit je luie zetel te bekijken?

Niet zo speciaal. Ik kijk wel elke cross, maar ik mis het niet. Het was gewoon op. Ik zit nog zelden op een fiets. Ik denk dat mijn vader het meer zal missen dan ik. Al praat hij daar niet gemakkelijk over. Gelukkig heeft mijn broer een damesploeg en kan hij daar wat meedraaien deze winter. Al is hij ook wel opgelucht dat ik gestopt ben. De laatste jaren waren ook voor hen niet gemakkelijk. In de zomer hebben we veel samen gevist. Dat is onze nieuwe hobby.

Is het een goede zaak dat het veldrijden naar Amerika trekt voor die eerste Wereldbekermanche?

Ik heb daar een dubbel gevoel bij. Las Vegas klinkt natuurlijk mooi en groot. Maar die verplaatsing is ook ongelooflijk duur. En als je weet dat Duitsland, Frankrijk en Zwitserland problemen hebben om crossen te organiseren, dan denk ik dat je beter eerst daar aandacht aan besteedt. Europa blijft de bakermat.

Die manche in Amerika moet mee het provincialistische karakter van de sport tegengaan. Of vind jij dat geen probleem?

Nee, want dat kan snel keren. Twintig jaar geleden was Zwitserland het centrum en zie waar zij nu staan. Het probleem is dat alleen de Belgen zo professioneel met dit vak bezig zijn. Eenmaal die andere landen weer toppers hebben, zal ook de populariteit daar weer stijgen. Al moet je dan natuurlijk hopen dat ze niet voor de weg kiezen zoals Stybar en Boom. Dat is ook een probleem. Op de weg verdienen ze vijf keer meer.

“Ik heb een nieuwe vriendin, Stefanie. We zijn nu drie maanden samen en we gaan er echt voor.”

Hoe ziet jouw leven na de sport eruit?

Ik ben twaalf kilogram bijgekomen, dat zegt genoeg, zeker (lacht). Ik heb zes maanden geprofiteerd van het leven. Ik had nog nooit een festival meegemaakt, ik denk dat ik ze deze zomer allemaal bezocht heb. Na Tomorrowland ben ik een week ziek geweest (lacht). Ik heb op één van die festivals ook mijn nieuwe vriendin Stefanie leren kennen.

Proficiat.

Dank u. Ze is van Geel en ze geeft les. We zijn nu drie maanden samen en we gaan er echt voor. Ik ben blij dat alles weer in zijn plooi valt. Ik ben iemand die graag vooruitkijkt in het leven, ik wil niet op mijn eentje zitten kniezen. Ik kom ook met mijn ex-vrouw goed overeen. We hebben geen vaste regeling voor de twee kindjes, maar ik zie hen vaak. En nu ik niet meer cross, doe ik ook meer met hen. Vroeger was ik sneller geneigd om hen te laten spelen en zelf in de zetel te liggen.

Kan jij gaan rentenieren?

Nee. Ik ben daarvoor acht jaar te vroeg wereldkampioen geworden. Het zegt genoeg dat ik op het einde van mijn carrière bijna evenveel verdiende als toen ik top was. Iemand als Sven Nys zal waarschijnlijk niet meer moeten werken. Maar ik wil niet klagen. In het begin is dat plezant, niets doen, maar nu wil ik weer iets om handen.

Met jouw bekende hoofd mag dat geen probleem zijn.

Misschien niet. Het probleem is dat ik zelf nog niet goed weet wat ik wil doen. Enerzijds graag iets in de cross, maar anderzijds toch ook weer niet elke dag. Ik wil ook wat afstand nemen. Volgende week loop ik stage bij Ridley Bikes, het fietsmerk waar ik zeventien jaar mee gereden heb. Misschien kan ik voor hen iets betekenen. Ik heb ook de burgemeester van het dorp (Vorselaar, red) gepolst, maar een job aan de gemeente kan niet meer zoals vroeger onder kameraden geregeld worden. Het ligt wel al vast dat ik commentatoropdrachten ga doen voor Telenet.

"Rentenieren? Ik ben 8 jaar te vroeg wereldkampioen geworden."
“Rentenieren? Ik ben 8 jaar te vroeg wereldkampioen geworden.” (foto belga)

Jij hebt het veldrijden jarenlang gedomineerd met Sven Nys. Hoe was jullie onderlinge relatie?

Als beloften waren wij echte vrienden. We gingen zelfs samen op vakantie. Toen we prof werden, lag dat moeilijker. We werden in die positie van grote concurrenten geduwd door pers en publiek. Het contact verwaterde wat, onbewust, maar we bleven wel goede collega’s. Elk kreeg ook zijn gezin.

Iedereen herinnert zich jouw karatetrap naar een Nys-supporter in Overijse. Waarom deed je dat?

(zucht) Als je elke ronde op diezelfde plaats verwijten krijgt en een glas bier over je hoofd, dan heb je je plots niet meer onder controle. Ik reed aan de leiding en was net gevallen. Toen ik die man weer voor me zag opduiken, wist ik: jij bent de mijne. Reed ik toen niet aan de leiding, dan was ik gewoon uit de cross gestopt. Ik was pisnijdig. Je komt niet naar de cross om tegen iemand te zijn.

Zou het bier niet beter verboden worden langs de kant?

Mja, dat weet ik niet. Cross in Vlaanderen is één grote kermis, en muziek en bier horen daarbij. Misschien zouden er wel afgebakende zones moeten komen. Nu, ik vind het al goed dat het verboden is om eigen drank mee te brengen. Ik wil het niet erger maken dan het is. Zoiets gebeurt misschien één keer per jaar.

Vanaf 2005 gaan je prestaties bergaf. Weinig wereldtoppers die het dan nog kunnen opbrengen bijna tien jaar verder te doen in de marge.

De cross was mijn leven, hè. Ik deed het gewoon veel te graag. Dat is een groot verschil met Sven. Ik kan ook tevreden zijn met een tiende plaats als ik maar goed gereden heb. Daarom ben ik nooit naar de weg overgestapt. Ik heb de kans gekregen van het grote Mapei, ik zou er veel meer geld verdienen, maar dat wou ik niet. Nu, de eerste jaren heb ik het wel moeilijk gehad. Ik landde van het ene sukkelstraatje in het andere. Mijn sponsor die failliet gaat, Tim Pauwels die overlijdt, blessures en ziektes. Ik heb een fragiel lichaam. Maar een jaar of vijf geleden heb ik die knop kunnen omdraaien. Ik wist dat ik niet meer die grote overwinningen zou pakken, maar ik wou wel nog genieten van de cross. Nu ben ik blij dat ik niet eerder gestopt ben.

“Die zaak met de ozondokter was de druppel.”

Heb je nooit aan doping gedacht toen je het moeilijk had?

Nee, nooit. Ik cross veel te graag om mensen te bedriegen. Pas als je niet tevreden bent met een zesde plaats, ga je misschien aan domme dingen denken. Nu, als ik de bedragen zie die Armstrong en Ullrich neertelden voor doping, dan zou ik daar tien jaar voor moeten crossen.

Kwatongen beweren wel dat je in maart gestopt bent door die dopinggeruchten.

Ik wist dat dat gezegd zou worden. Ik ben ook eerlijk: die zaak met de ozondokter was de druppel. Ik heb mijn sport altijd netjes beoefend en plots word je afgeschilderd als een misdadiger. Ik had daar geen zin in. Nu, het was ook gewoon op. Ik zou me niet meer kunnen opladen om nog eens een zomer volle bak te trainen.

Had de reeks Wellens en Wee een negatieve impact op je carrière?

Nee, integendeel. Ik ben ervan overtuigd dat dat bijgedragen heeft tot de populariteit van de sport. Zij hebben maximaal drie volle dagen bij mij thuis gefilmd. En verder stonden zij gewoon tussen alle andere cameraploegen op de cross.

Heeft het je gekwetst dat mensen daar neerbuigend over deden?

Helemaal niet. Zij met de meeste kritiek hadden wel de hele reeks gezien (lacht). Ik moet eigenlijk met hen lachen. Niets was fake in die reeks. Ik ben wie ik ben. Ik ben ernstig bezig met mijn job, maar ik lach ook graag. Dat maakt het toch veel plezanter, niet?

Het sportrapport van Bart Wellens

Als kind was mijn idool …

Erik De Vlaeminck en Danny De Bie. De eerste omdat hij toen de grootste veldrijder was. Vandaag moet je Sven Nys zeggen (lacht).

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Stefan Everts, Joël Smets en de broers Joerie en wijlen Benny Vansteelant. Als je hun sporten eens beoefent, besef je pas hoe zwaar die zijn.

Mijn mooiste sportmoment?

Mijn wereldtitel in Pontchâteau in 2004, en het feest achteraf.

Mijn grootste ontgoocheling?

Mijn valpartij op het WK in Hooglede in 2007. Ik reed aan de leiding. Was ik niet gevallen, had ik die dag zeker gewonnen.