Tennis was voor haar een vlucht uit de rauwe realiteit. Negen was Yanina, toen haar moeder een gevecht verloor dat nooit gewonnen kon worden. Tegen kanker. Met het grootste talent was ‘Wicky’ niet gezegend. Op haar veertiende wijst de tennisfederatie haar de deur. Maar wilskracht is wat haar drijft. Zes jaar later stond zij twaalfde op de wereldranking. Haar revanche. Open en bloot praat zij met mij over haar demonen. En hoe ze ertegen strijdt. Zoals de perceptie dat zij arrogant en koud zou zijn.

Yanina Wickmayer (26) is het voorbije seizoen weer opgestaan. Na twee moeilijke jaren. Met WTA-winst in Tokio als mooiste exponent en een plek in de top-vijftig van de wereld. Al spreekt ze zelf niet van het jaar van de ommekeer. “Ik ben nooit uit de top-honderd verdwenen. Ik had ook nooit het gevoel dat ik minder gemotiveerd was of minder goed trainde. Desondanks waren de resultaten anderhalf jaar lang niet wat ik ervan verwachtte. Maar ik heb dit jaar bewezen dat ik een zwarte periode kan ombuigen.”

Hoe verklaar je die terugval in 2013 en 2014?
Ik ben in die periode op zoek geweest naar mezelf. Wie ben ik? Wat wil ik in dit leven? Ben ik op en naast de baan dezelfde persoon? Ik denk dat elk meisje zo’n fase meemaakt. Ik was heel onzeker en dat had impact op mijn prestaties. In weinig sporten is het mentale zó belangrijk als in tennis. Ik heb uiteindelijk besloten meer op mijn eigen benen te staan. Dat betekende dat ik wat afstand van mijn vader moest nemen. Ik wou zelf mijn beslissingen nemen, met het risico af en toe tegen de muur te botsen.

Is dat gebeurd?
(knikt) Ik heb fouten gemaakt. Over coaches bijvoorbeeld. Of tornooien spelen terwijl je eigenlijk moet rusten. Maar ik ben nu zelf verantwoordelijk, en dat is goed. Je leert daaruit. Ik weet beter dan ooit wie ik ben en waar ik naartoe wil. Mijn motivatie voor tennis is ongelooflijk groot. Ik weet heel goed waarom ik dit doe: voor het onbeschrijflijke gevoel van wedstrijden winnen. Dat is puur passie.

“Ik geloof dat mama naar mij kijkt als ik speel: dat geeft me kracht”

Jij hebt de voorbije tien jaar meer dan tien trainers versleten. Ben jij zo moeilijk om mee om te gaan?
Helemaal niet. Ik daag je uit alle trainers op te bellen en hen te vragen wie ik ben. Ik ben veeleisend, ja. Voor mezelf én mijn trainer. Mag dat? De spelers die het jaren met dezelfde trainer uithouden, zijn uitzonderingen. Het is ook niet evident. Je bent meer met die persoon onderweg dan met je vriend. En soms heb je gewoon het gevoel dat een trainer je niets meer kan bijbrengen. Dan is het toch beter de samenwerking stop te zetten? Maar ik denk dat ik de enige persoon ter wereld ben waar dat aantal geteld wordt en telkens herhaald. (zucht) Dat is echt lastig. En frustrerend.

Dit raakt je diep, voel ik.
Ja, want ik vind dat ik niet eerlijk beoordeeld word. Als ik verlies, wordt dat in de pers ook altijd harder en botter omschreven dan als anderen verliezen. Mensen zien niet wie Yanina Wickmayer echt is. Zij krijgen het beeld van een ongevoelig, koud en arrogant persoon. Maar wie mij goed kent, weet dat ik zo niet ben. Ik ben gevoelig, open en lang niet altijd even zelfzeker.
Hoe verklaar je dat foute beeld?
Je wordt als tennisser beoordeeld op hoe je op de baan bent en op je interviews na de wedstrijd. Maar die vragen zijn zo banaal. En op de baan, ja, daar ben ik temperamentvol en kom ik misschien agressief over. Maar dat is een andere Wickmayer. (zacht) Ik heb lang geworsteld met die foute perceptie. Ik wou dat ik dat kon omkeren. Maar dat lukt niet. Journalisten schrijven toch wat ze willen. Daarom wil ik een boek schrijven. Ik heb al een en ander meegemaakt.

Je hebt je moeder thuis zien sterven toen je negen was. Dat moet je toch gehard hebben?
Dat klopt. Dat heeft me gevormd tot een persoon met een heel sterk karakter die zelden opgeeft. Maar ik ben daarom geen hard persoon. (zwijgt even) Dat heeft natuurlijk mijn leven getekend. Ik heb mijn mama drie jaar zien vechten tegen iets waar niet tegen te vechten viel. En ik heb mijn papa even lang zien vechten voor haar.

Ben jij het enige kind thuis?
Ja. Ik heb in diezelfde periode mijn halfbroer verloren in een autoaccident. (krop in de keel) Ik heb harde dingen meegemaakt. Had ik mijn papa niet gehad, dan zou ik nooit zijn wie ik nu ben. Hij is voor mij verhuisd naar Amerika. Ik kon niet meer thuis blijven. Ik zag mama overal. Ik ben hem ongelooflijk dankbaar.

Was tennis voor jou een vlucht?
(knikt) Papa wou me af en toe het huis uit zodat ik mijn gedachten zou kunnen verzetten. Thuis kwamen voortdurend dokters en verplegers over de vloer. Dat is niet leuk voor een kind van negen. Meestal ging ik dan boven huiswerk maken. Maar was mijn vriendin toen beginnen badmintonnen, dan zou ik nooit getennist hebben. Ik ben haar gewoon gevolgd. Niemand gaf mij één procent kans om te slagen. Toen ik veertien was, gooide de federatie mij zelfs buiten. Niet goed genoeg voor de top. Maar ik heb het toch gemaakt. Dankzij mijn karakter. Ik ben een vechter, net als mama en papa.

Yanina over haar relatie met de media: “Ik word niet eerlijk beoordeeld door de pers.”

Ben jij gelovig?
Dat is moeilijk om zeggen. Ik geloof wel dat mama dicht bij mij is, dat ze naar mij kijkt als ik speel. Dat geeft me ook kracht op moeilijke momenten. Ik ben mama echt beginnen missen toen ik andere meisjes op het circuit troost zag vinden bij hun moeder. (zwijgt even) Of ik echt gelovig ben, weet ik niet. Mijn mama was zo’n goed persoon. Waarom heeft zij zo hard moeten afzien?

Eind november vorig jaar werd bij jou de ziekte van Lyme vastgesteld. Was dat een zware klap?
Eigenlijk niet. Ik moet wel bekennen dat ik eerst niet wist wat dat was. Ik was vooral opgelucht dat ze eindelijk iets vonden. Ik was al maanden vaak ziek of moe. Dat verklaart natuurlijk óók mijn mindere prestaties vorig jaar. Weinigen zouden zelfs vijf maanden verder kunnen tennissen met Lyme. Ik heb een sterk lichaam. Nu, ik heb wel het geluk gehad dat de ziekte helemaal kon weggenomen worden met zware antibiotica. Ik weet intussen dat Lyme ook chronisch kan zijn.

In diezelfde periode maak je je verloving met Jerome bekend. Was dat toeval?
Dat weet ik niet. Als ik mijn vriend mag geloven, had hij die ring wel al even bij zich, maar vond hij het goede moment niet.

Hij heeft jou gevraagd?
Natuurlijk, ik zie mezelf niet zo snel op mijn knieën gaan (lacht). Die verloving heeft mij wel een positieve boost gegeven. Al weten we nog niet wanneer we trouwen. Ik denk ergens in 2018.

“Ik ben gewoon nog niet klaar om mijn leven in functie van een kind te zetten.”

Denk je al aan kinderen?
Nee. Let op: ik vind het de max, al die mama’s die tennissen. Maar ik zou het zelf nooit doen. Ik ben ook gewoon nog niet klaar om mijn leven in functie van een kind te zetten. We hebben wel veel kinderen in onze dichte omgeving. Mocht ik het moedergevoel missen, kan ik wel eentje kidnappen (lacht).

Twee jaar geleden kocht je het bedrijvencomplex Kaai 16 in Hasselt waar je ook woont. Schuilt er een zakenvrouw in jou?
Ergens wel. Ik vind het fijn hiermee bezig te zijn. Dit heeft me ook geholpen in het volwassen worden. Maar ik zie dit vooral als een investering in de toekomst. Het is niet de bedoeling dit binnen vijf jaar weer te verkopen.

Wat zijn je ambities voor volgend jaar?
Weer WTA-tornooien winnen, maar ook de Olympische Spelen staan met stip aangeduid. In Londen heb ik te weinig geproefd van het echte Olympische leven: het dorp, de openingsceremonie. Dat wil ik in Rio wel beleven.

Het Sportrapport van Yanina Wickmayer

Als kind was mijn idool …
Kim Clijsters. En zwemmer Michael Phelps, een grote meneer.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
Rolstoelatlete Marieke Vervoort. Ik volg haar verhaal. Mooi wat zij doet.

Mijn mooiste sportmoment?
De halve finale US Open in 2009. Maar ook mijn WTA-titels en de Fed Cup waren heel mooi.

Mijn grootste ontgoocheling?
Op de verjaardag van mijn mama heb ik op de US Open een wedstrijd verloren die ik nooit had mogen verliezen. Dat heeft veel pijn gedaan.