Een schurk in Undercover, een boef in Niets te Melden (sinds maandag op Streamz). De tijd dat Wim Willaert automatisch geassocieerd werd met pantoffelheld Frank Welvaert is lang vervlogen. “Ik heb na Eigen kweek lang uitgekeken naar een rol als slechterik, maar Frankske bleef hardnekkig aan me plakken.”

Of ik naar de Lanterfanter in Ramskapelle wil komen. De sms van Wim Willaert, een dag voor ons interview, is kort en bondig. Uiteraard, antwoord ik. Weinig dat zo exotisch klinkt als de Lanterfanter in Ramskapelle, waar een druilerige ochtend later een wel zeer uitgebreid ontbijt op ons wacht. Kort en bondig, zoals zijn sms, blijkt Willaert in het echt niet. Meer dan twee uur lang kletsen we over acteren, ambities, geld, corona, muziek, kampeerwagens en vogelspotten. Waarna we onze nieuwbakken bromance bezegelen met een vuistje en elke onze eigen weg gaan. “Je moet wel weten dat ik een enorm slecht geheugen heb. Dus het kan goed zijn dat ik je de volgende keer niet herken en geen idee meer heb dat wij dit interview hebben gedaan.” Nou!

Zullen we beginnen bij Undercover 2? Ik heb me laten vertellen dat je de reeks in één ruk uitgekeken hebt. Fier op het resultaat?

Ik ben absoluut fier. Normaal gezien kan ik door mijn job haast geen enkele serie op tv volgen. Maar bij Undercover was ik toch benieuwd naar het eindresultaat. Ik heb alle afleveringen in één nacht ‘gebinget’. Ik kon niet anders. Hoewel ik het scenario kende, nam het verhaal me helemaal mee (lacht). Ik kan dan echt naar zo’n reeks kijken alsof ik er zelf niet in meespeel. Iedereen heeft bij Undercover alles van zichzelf gegeven: de acteurs, de cameramensen, geluids- en lichttechnici, tot de kapster en de assistent toe die je komt halen als je de set op moet. Alles klopte gewoon en dat is een fantastische ervaring. Dan moet ik opletten dat ik tegen mijn kinderen zeg dat ik naar mijn werk moet, want ik ga dan eigenlijk gewoon spelen.

In Frankrijk kreeg ik meer kansen, daar werd en word ik echt bekeken als een exoot en een rare snuiter, wat ik overigens ook ben.

Je bent zo’n natuurtalent dat ik me afvraag: had je ook iets anders kunnen worden dan acteur?

Dat heb ik me ook wel eens afgevraagd. Zonder mijn talent was ik wellicht wel een paar jaar in de marine gebleven als kok. Ik heb tijdens mijn legerdienst een maand op een fregat gezeten, en dat was sex, drugs & rock-‘n-roll. Dat zou ik dan wel een tijdje gedaan hebben, hoewel ik eigenlijk een pacifist ben. Bovendien ben ik gemaakt voor films en series, zo voel ik dat aan. Daar kan ik de beste zijn, daar voel ik mij het best.

Door Eigen kweek ben je in Vlaanderen bij het grote publiek bekend geworden, terwijl je in Frankrijk al een gevierd acteur was.

Klopt, Eigen kweek heeft in Vlaanderen veel betekend voor mijn bekendheid. Alleen was bekend worden nooit mijn doel. Ik heb het daar dan ook wel lastig mee gehad, met die roem en die bekendheid. Ik was daar niet voor gemaakt. Nu heb ik daar mee leren leven. Sinds twee jaar woon ik opnieuw in Nieuwpoort (Wim verhuisde van Gent terug naar zijn hometown, red.), waar ik voel dat de mensen voor me zorgen door een beetje afstand te houden. Daarom woon ik hier zo graag. Na Eigen kweek voelde ik trouwens dat ik minder gevraagd werd in Vlaanderen. Dat Frankske bleef aan me plakken, terwijl ik zo graag een schurk wilde spelen. In Frankrijk kreeg ik meer kansen, daar werd en word ik echt bekeken als een exoot en een rare snuiter, wat ik overigens ook ben (lacht).

Door corona zijn een aantal opdrachten ‘on hold’ gezet, waaronder twee Franse films.

Eigenlijk zijn er drie mooie projecten weggevallen. Of op z’n minst uitgesteld. Normaal gezien had ik van maart tot juni met mijn vriendin in Canada gezeten voor de opnames van onze eigen film. Die opnames verschuiven naar volgend jaar, en in plaats van Canada wordt het nu IJsland. Daarnaast is er nog een Franse film weggevallen die eigenlijk heel coronaproof gemaakt kon worden, maar uiteindelijk toch ook uitgesteld werd. En de derde film is een Waals-Franse film. In totaal had ik toch een 70-tal draaidagen dit jaar, waarmee mijn jaar financieel eigenlijk goed was. Nu zijn al mijn inkomsten weggevallen en leef ik op mijn reserves van vorig jaar, die tegen januari uitgeput zullen zijn. Het ziet er dus niet goed uit.

Hoe kan dat, dat jij met al dat succes in binnen- en buitenland het financieel lastig hebt?

Het lukt me niet om het maximum uit mijn succes te halen. Twee jaar geleden ben ik uit Gent weggegaan om in mijn ouderlijk huis te gaan wonen. Toen liep ik rond op het Filmfestival van Oostende in een kostuum van 120 euro, terwijl andere acteurs daar in Boss paradeerden. Ik heb denk ik een serieuze handicap en die handicap is mijn talent geworden. Ik ging nooit het grote geld verdienen, ik heb daarvoor niet het organisatorische en sociale talent. Ik onderhoud mijn contacten niet. Ik beleef altijd fantastische dagen met collega’s en regisseurs, maar laat dan na om die later nog eens te bellen om te netwerken. Nu pas begin ik dat te leren.

Sinds maandag ben je ook te zien in de comedyshow Niets te Melden. Is dat dan zoiets dat je voor het geld doet, of is dat niet fair om te vragen?

Nee, dat zou niet fair zijn om zoiets te beweren. Het waren bovendien maar vier draaidagen, dus rijk word je daar niet van. Maar ik vond het een mooie cast en een zotte regisseur. Die Koen De Bouw, weet je dat dat een fantastische acteur is? Het is jammer dat hij zo vaak de mooie held moet spelen, want hij is een uitstekende antiheld. Maar ook met Jonas Van Geel wilde ik al langer eens samenwerken, en met Robrecht Vanden Thoren en Flor Decleir. Zulke goede acteurs!

Ben jij iemand die vaak nee zegt tegen opdrachten?

Nee, ik doe eigenlijk alles wat me gevraagd of aangeboden wordt. Ik hoef niet vaak nee te zeggen omdat ik niet zo veel aanvragen krijg. Maar de aanvragen die ik krijg, gaan zo: wij willen u! Dat is wel heel geestig. Dan krijg je mij ook op m’n best. Als je mij vertrouwen geeft, gooi ik alle registers open. Maar als ik mijn mond moet houden op de set, en gewoon in de pas moet lopen, dan kom ik in opstand. Dan moet je mij niet vragen, dat weten de meeste regisseurs en producenten wel. Toen ik lang geleden voor het eerst theater deed, trok mijn eerste stuk op geen kloten. En dat zou ik dan vijftig keer moeten spelen. Ik ben toen aan de hoofdrolspeler, Jo De Meyere, gaan vragen hoe vaak het voorkwam dat een stuk goed geschreven, goed gecast en goed geregisseerd was. Hij zei: eens om de zes jaar. Toen ben ik vertrokken. Sinds die dag heb ik, wanneer ik middelmatigheid ruik, boel met de regisseur.

Hoe zit het eigenlijk met je muziekcarrière? Je had grootse plannen met De Dolfijntjes.

Afgelopen zomer zouden we eindelijk weer gaan spelen. Sowieso blijven we altijd wel spelen totdat er een Dolfijntje sterft, dan is het afgelopen. Maar het gebeurt niet vaak dat de agenda van Wim (Opbrouck, red.) en die van mij het toelaten. Nu kon dat wel, maar toen kwam corona. Voor volgend jaar zal het moeilijker worden, maar de goesting blijft alleszins. Wanneer wij optreden, is het feest. Dat is al bijna dertig jaar zo.