Ex-slaapkamergenoten Johan Museeuw en Sven Vanthourenhout over het WK in eigen land: “Remco staat niet op dezelfde hoogte als Wout. Nog niet”

3527
Remco Evenepoel en Wout van Aert zijn de komende week de Belgische kanshebbers op een medaille in zowel de tijd- als wegrit. “Het zou me verbazen als geen enkele Belg op het podium staat”, zegt Johan Museeuw. (foto Getty)©Davy Coghe Davy Coghe
Remco Evenepoel en Wout van Aert zijn de komende week de Belgische kanshebbers op een medaille in zowel de tijd- als wegrit. “Het zou me verbazen als geen enkele Belg op het podium staat”, zegt Johan Museeuw. (foto Davy Coghe)

DRONGEN – In 2002 deelden ze de slaapkamer in de Ronde van Zwitserland en trokken ze samen op hoogtestage. Anno 2021 is de ene ex-wereldkampioen op de weg en de andere bondscoach. Johan Museeuw (55) en Sven Vanthourenhout (40) zijn nog altijd heel close en blikken met plezier samen vooruit op het WK in Vlaanderen. Drie vragen, drie duidelijke antwoorden. “Van Aert is de absolute kopman, maar op een WK in eigen land kunnen er dingen gebeuren die je niet altijd in de hand hebt.”

Wie wordt in Brugge wereldkampioen in het tijdrijden?

Vanthourenhout : “De kans dat we tegenwind hebben, is groter dan de kans dat we meewind hebben. Zeker voor Evenepoel kan dat een groot voordeel opleveren, want hij zit heel compact en aerodynamisch op zijn fiets. Als de wind in de rug blaast, zijn Ganna en Küng meer in het voordeel. Ik durf het bijna niet uit te spreken, maar voor Van Aert maakt dat eigenlijk niet uit. Wout heeft nu eenmaal zijn kwaliteiten. Zijn positie op de fiets is ook fel verbeterd: zijn frontaal oppervlak is een stuk kleiner geworden. Hij kan in gelijk welke omstandigheden goed voor de dag komen.”

Museeuw : “Of de wind beslissend zal zijn, betwijfel ik. Wie outstanding is, wint de tijdrit.”

Vanthourenhout : “Dat denk ik ook. In Trento haalde Remco een gemiddelde van 53 km per uur. Voor iemand van 63 tot 64 kilogram! Dan weet je genoeg, hé. Het wordt spannend. Vroeger had je drie of vier specialisten, nu merk ik dat de top tien tot top vijftien dicht bij elkaar aanleunt. Twee medailles zijn mogelijk, maar voor hetzelfde geld pakken we er geen enkele.”

Museeuw : “Het zou me verbazen als geen enkele Belg op het podium staat. Vandaag durf ik een paar duizenden euro’s inzetten op een medaille. Voor de wegrit durf ik dat eigenlijk ook. Alleen ga ik het niet doen, want ik heb niet veel geld meer over.” (Museeuw en Vanthourenhout proesten het uit)

Wie wordt in Leuven wereldkampioen op de weg?

Museeuw : “Het parcours is iets voor een klassieke coureur, iets tussen de Amstel Gold Race en de Ronde van Vlaanderen. Het technische gedeelte in Leuven, met veel draaien en keren, is zoals de Amstel. Met dat verschil dat er nu geen auto’s op het parcours geparkeerd zullen staan. (grijnst) Daarnaast heb je de twee kasseihellingen die je niet mag onderschatten en aan de Ronde doen denken. Ik zag de GP Jef Scherens op dat parcours. Ze hebben drie ronden volle bak gekoerst en het hele peloton lag uiteen.”

Vanthourenhout : “Waar ook weinig mensen rekening mee houden, is de afstand, vind ik. We gaan wel boven de 260 kilometer, hé. Dat was de voorbije weken nooit het geval. Maar ik zie nu ook wat ik zie in koersen van 180 km. Als daar straks 100 km bij komt, wil ik het wel eens zien. Als er eens flink wordt doorgereden, zal de deur achteraan sowieso open staan.”

In Leuven kan Remco in één situatie winnen en Wout in tien. Er is dus een hiërarchie” – Sven Vanthourenhout

Museeuw : “Een sprint met 30 tot 40 renners, daar geloof ik niet in.”

Vanthourenhout : “Ik moet daar rekening mee houden, al geloof ik er ook niet in. Ik moet het huiswerk van andere teams niet maken, maar ik ga ervan uit dat ze gaan willen en moeten koersen als ze willen winnen.”

Museeuw : “En mocht het dan toch zo zijn, kan Van Aert ook winnen. Ik heb deze week die laatste drie kilometer nog eens gereden en het is niet dat het daar gewoon rechtdoor gaat. Op de Sint-Antoniusberg moet je bij de eerste tien opdraaien of je mag het vergeten. Daar al, hé. En dan is het nog anderhalve kilometer tot de meet. Boven gaat het nog wat in stijgende lijn, daarna dalen we snel en vervolgens klimmen we weer een beetje tot het net voor de finish afvlakt. Er zijn veel renners gebaat bij een harde wedstrijd, maar weinigen daarvan kunnen het in een sprint afmaken. Eén renner wel: Colbrelli. Dat is een sprinter die zelf een harde koers wil.”

Vanthourenhout : “Ik zet hem ook bij de favorieten, maar ik sluit Asgreen zeker niet uit. Ik weet dat hij bezig is met dit WK. Vergeet ook de Britten Hayter en Pidcock niet. Als Van der Poel een rugnummer opspeldt, moet je hem erbij zetten. Matthews is altijd goed in die streek. En de Slovenen kunnen een belangrijke rol spelen, al zie ik niet meteen een winnaar bij hen. Ik hoop dat ik ongelijk heb, maar het is wel een ploeg die met mannen als Mohoric een situatie kan creëren waaruit de winnaar komt.”

Museeuw : “In een wegrit ben je nooit zeker. Je mag supersterk zijn, op zo’n dag hangt het van zoveel factoren af. Ik zie wel dat de Belgen relaxed naar dit WK toeleven. Ze zitten in een flow. Dat zal de tegenstand overweldigen en net dat is gevaarlijk. Dat je zo in een positie terechtkomt waardoor je de hele wegrit in handen moet nemen. Op dat parcours niet evident, al hebben we een ploeg die dat kan. Kijk, iedereen moet er klaar voor zijn en dan wachten we best de dag zelf af om te anticiperen op wat er gebeurt.”

Vanthourenhout : “Je kan er een uur over lullen en nog niets wijzer zijn. Ik probeer het altijd vrij simpel en niet te lang te houden, zodat de renners meteen weten welke richting ik uit wil. Ze moeten daarin meegaan en tot op vandaag is dat altijd goed uitgedraaid. Op de Spelen en het EK had ik drie kernpunten. Op het WK zullen dat er vier zijn. Voor mezelf heb ik wel altijd een plan B en plan C, want als er in koers iets gebeurt, moet ik kunnen omschakelen. Alleen wil ik niet dat de renners met die gedachte starten.”

Kan Remco Evenepoel wereldkampioen op de weg worden?

Museeuw : “Ik ga eerlijk zijn: op een WK staan geen pannenkoeken aan de start. Allemaal hebben ze koersen gewonnen en allemaal weten ze wat het is om te winnen en te verliezen. We hebben twee veelwinnaars aan de start: Van Aert en Evenepoel. Er zit er eentje tussen die dit jaar een grote koers heeft gewonnen. Hij weet wat het is om te winnen en wat het verschil is met verliezen. Daar bedoel ik niets verkeerd mee. Wat als Evenepoel in een ontsnapping geraakt? Ik stel jou de vraag: wat zal er dan gebeuren? (ondergetekende haalt schouders op) Ik bedoel: vandaag is alles gepland en heeft iedereen zijn jawoord gegeven. Daar geloof ik 100 procent in. Maar we spreken over een WK in eigen land en dan kunnen er op tactisch vlak dingen gebeuren die je niet altijd in de hand hebt. En er zijn renners die zo’n situatie kunnen creëren…”

Vanthourenhout : (glimlacht)

Museeuw : (op dreef) “Wij hebben de sterkste renner van het peloton. Veruit. Ik zet Evenepoel vandaag niet op dezelfde hoogte als Van Aert. Nog niet. Op vlak van kracht, inhoud en intelligentie zet ik Van Aert ver boven de rest. Maar een koers moet gereden worden, hoe sterk je ook bent.”

Vanthourenhout : “Het is geen enkele garantie.”

Museeuw : “Vier jaar geleden geloofde ik dat Van Aert zeker de mogelijkheden had om ooit Paris-Roubaix te winnen, maar dit gaat veel verder. We staan aan de vooravond van een WK in eigen land waarvoor hij de absolute favoriet is.”

Op vlak van kracht, inhoud en intelligentie zet ik Van Aert vandaag ver boven de rest” – Johan Museeuw

“Dit blijft maar evolueren. Wie had vorig jaar gedacht dat hij dit seizoen nog iets beter zou worden en in de Tour in drie verschillende disciplines zou winnen? Ik heb in mijn carrière geen enkele renner gekend die dat kon. Als Van Aert wil, is hij wereldtop in de sprint, het klimmen, de klassiekers en het tijdrijden. En dan heeft hij ook nog eens een ongelofelijke koersintelligentie. Dit had ik vier jaar geleden niet voorspeld.”

Vanthourenhout : “Absoluut niet. Als we naar dit WK in Leuven kijken, kunnen we zeggen dat Remco in één situatie wereldkampioen kan worden en Wout bij wijze van spreken in tien situaties. Dat is vandaag, op dat parcours, het verschil tussen die twee. Er is een hiërarchie, net omwille van de punten die Johan heeft aangehaald.”