De weg naar de top was vaak zwaar, bekent Toby Alderweireld. Heimwee vooral. Hij heeft aan opgeven gedacht. Maar de opofferingen hebben geloond. Kenners noemen de 29-jarige Antwerpenaar één van de beste verdedigers ter wereld. Wij gaan op zoek naar de ziel van de man.

Een afspraak maken was een helse klus. Tottenham, zijn club in Engeland, stelde een ontmoeting maanden uit. Alderweireld worstelde het voorbije seizoen eerst met een hamstringblessure en daarna met contractperikelen. In aanloop naar het WK is een diepgaand face-to-face-gesprek toch gelukt. Ik moet bekennen: ik had afgeborstelde antwoorden en voetbalclichés verwacht. Die blijven uit. Alderweireld durft kwetsbaarheden blootleggen. Voetballers hoeven voor hem geen onaantastbare goden te zijn. Hij praat bescheiden, nooit zweverig. “Veel mensen zien alleen de wedstrijden op zondag, het succes, de roem. Maar het parcours daarnaartoe, de opofferingen, die blijven onderbelicht.”

Ga je gang.

Ik wou als kind al profvoetballer worden. Toen ik vijftien was, kon ik Beerschot inruilen voor Ajax. Dat was mijn kans. Ik was niet tegen te houden. Maar na een maand heb ik een eerste klop gekregen. Je spreekt dan wel dezelfde taal in Amsterdam, maar je voelt je toch een vreemde. Ik woonde in een gastgezin, ik miste mijn ouders, mijn broers, mijn stad. De dagen waren zeer lang. We werden om half zeven ‘s morgens opgehaald en keerden om acht uur ’s avonds terug. Ik zat vaak kapot. Maar dat was een noodzakelijke stap.

Zou je in Antwerpen nooit deze voetballer geworden zijn?

Neen, dat weet ik zeker. Ajax is top in Europa, zeker de jeugdopleiding. Wat Harvard is voor de academische wereld, is Ajax voor de voetbalwereld. Je wordt er op topniveau klaargestoomd voor het grote werk.

Zie jij je ooit voor Antwerp of Beerschot spelen?

Zeg nooit nooit. Datzelfde geldt voor een Belgische topclub. Maar ik zit nog niet aan mijn top. Ik kan nog stappen vooruit zetten. Pas daarna valt een terugkeer naar België te overwegen.

Stel: je mag 24 uur iemand anders zijn. Wie kies je?

(denkt na) Politieagent. Mijn oudste broer is dat, in Brussel. Ik heb veel respect voor hem. De agenten zijn de échte helden van onze samenleving. Men plaatst de politie nogal graag in een negatief daglicht. Ik zie vooral de goede dingen, hun moeilijke taak, de risico’s die ze nemen voor onze veiligheid. Ik vind dat zij meer respect verdienen. (zwijgt even) Ik denk soms wel na over een ander leven. Ik denk dat ik minstens even gelukkig zou zijn. Ik ben wellicht niet de doorsnee voetballer. Ik hou niet van al dat reizen of van wonen in beroemde steden. Ik ben gehecht aan Antwerpen en vooral aan mijn familie. Ik mis dat. Ik was er niet toen de tweeling van mijn broer geboren werd. Ik ben er nooit als Kerst gevierd wordt. Ik kan nooit spontaan bij mijn ouders binnen springen. Ik heb ook nooit kunnen puberen.

Ik betaal belastingen in het land waar ik speel. Ik ga niet naar een of ander belastingparadijs.

Wat zou je dan gedaan hebben?

Ik vraag me dat ook af. Ik vrees soms een vroegtijdige midlifecrisis. Ik heb te weinig gekke dingen kunnen doen in mijn leven. (lacht) Let op: voetballers hebben een mooi leven. Wij hebben onze zaken financieel goed op orde. Dat zorgt voor een gerust gemoed, zeker nu ik vader word. Maar dat betekent niet dat alles rozengeur en maneschijn is.

Wie jij bent, strookt niet met de ruige krijger die je oogt.

(aarzelend) Je hebt wellicht gelijk. Ben ik één van de weinige voetballers die durft praten over emoties? Dat kan zijn. Ik doe dat omdat ik pijn heb gehad. Waarom zou ik dat verstoppen? Ik héb gehuild, ik héb willen stoppen. Je staat op zondagavond alleen op het perron op weg naar een vreemd gezin. Je bent amper vijftien jaar, hè. Mijn moeder wou me thuis houden. Mijn vader zei neen. Je moet doorzetten, zei hij. Hij is de zoon van een binnenschipper. Hij weet dat hard werken noodzakelijk is om iets te bereiken. Vandaag ben ik hem dankbaar. Ik heb dankzij hem ook veel vertrouwen in mijn vaderschap. Wat er ook op ons afkomt, wij slaan er ons wel door.

Je liefde voor Antwerpen zit diep. Je hebt zelfs de kathedraal op je arm laten tatoeëren.

Dat zegt iets, hè. (lacht) Ik wou iets typisch van de stad. De kathedraal is toch enorm innemend, die schoonheid en die grootsheid. Maar ik wil dat ook relativeren. Mocht ik op mijn vijftiende niet vertrokken zijn, zou ik misschien niet zo verliefd zijn op mijn stad.

Ben jij gelovig?

Ja, op mijn manier. Geloof geeft steun en kan iemand op het juiste pad houden. Ik probeer in mijn leven altijd het goede te doen. Ik put daarvoor uit mijn katholiek geloof.

Je opofferingen hebben geloond. Onlangs zei zelfs José Mourinho dat jij één van de beste verdedigers wereldwijd bent. Wat doet dat met je?

Dat maakt me wel trots. Maar ik zou dat nooit van mezelf zeggen. Ik zie alleen de te verbeteren kanten. Ik heb nog veel tekortkomingen. Wellicht zal ik pas na mijn carrière écht van mijn carrière kunnen genieten.

Ik vrees soms een vroegtijdige midlifecrisis. Ik heb te weinig gekke dingen kunnen doen in mijn leven.

Mag ik die bescheidenheid atypisch Antwerps noemen?

(lacht) Maar ze is niet fake: ik ben zo. Ik vind het nog steeds gek als mensen mij in Londen herkennen en een selfie vragen. Ik ben uiteindelijk een gewone jongen uit Ekeren. Ik ben natuurlijk wel trots op mezelf. Ik heb voor Ajax gespeeld, voor Atletico Madrid en nu voor Tottenham. Dat is héél mooi.

De lonen van voetballers liggen vaak onder vuur. Hoe zie jij dat?

Dat is dubbel. Voetballers verdienen absoluut genoeg. Maar dat is de markt. Iemand wil dat betalen. Wie zou daar niet in meegaan? Ik zei net dat ik altijd het goede probeer te doen. In deze is dat belastingen betalen in het land waar ik speel. Ik heb dat altijd gedaan. Ik ga niet naar een of ander belastingparadijs.

Zoals andere topvoetballers.

Ik kijk alleen naar mezelf. Ik zou dat niet kunnen. In Engeland gaat twee procent van de belastingen van voetballers integraal naar zorg en sociale zekerheid. Ik vind dat een mooi principe. Zo dragen we bij aan de samenleving.

Hoe zie jij je toekomst? Ligt die bij Tottenham?

Ik heb nog twee jaar contract. Tottenham beslist over mijn toekomst. Ik heb natuurlijk een eigen idee. Maar dat is nu niet aan de orde. Het voorbije seizoen was zwaar. Maar ik ben blij dat ik de laatste vier wedstrijden wel kon spelen. Dat maakt dat ik klaar ben voor het WK.

Kunnen de Rode Duivels wereldkampioen worden?

Dat kan. We hebben op het vorige WK en EK zeker de nodige ervaring opgedaan. We weten nu hoe een tornooi werkt. Dat zorgt voor rust. Maar ik zeg niet dat we móeten wereldkampioen worden. Dat zou voor ongezonde spanning zorgen. We mogen wel die ambitie hebben. We zijn de underdog.

Weet jij al wat je na je carrière wil doen?

Neen. Ik denk dat ik nog zes topjaren voor de boeg heb. Dat is mijn eerste focus. Dan zal ik twintig jaar in het buitenland gewoond hebben en is het tijd voor mijn gezin. We zoeken nu bouwgrond in Antwerpen. Ik wil dus zeker terugkeren. Ik ben met mijn vader ook een plan aan het opstellen voor na mijn carrière. Ik zou graag actief engagement opnemen voor de samenleving. Ik denk bijvoorbeeld aan een voetbalpleintje in een moeilijke buurt. Ik ben niet iemand die zijn naam schenkt aan een goed doel voor zijn imago. Ik wil zelf de handen uit de mouwen steken.

Vanaf september mag je dat doen met je eerste dochtertje. Kan je al pampers verversen?

Dat is het grootste vraagteken. Ik heb dat nog nooit gedaan. (lacht) Neen, ik kijk ernaar uit, moet ik toegeven. Ik klink misschien arrogant, maar ik heb er vertrouwen in. Mijn vrouw en ik gaan dat kunnen.

Sportrapport

Als kind was mijn idool …

Ik zou liegen als ik iemand noem. De Premier League, dàt was mijn droom. Wij keken met grote ogen naar Match of the Day.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Marieke Vervoort. Die vrouw heeft zoveel pijn, maar toont toch zoveel doorzetting.

Mijn mooiste sportmoment?

Debuteren voor Ajax. Ik was amper achttien. Van Basten was mijn trainer. Hij liet me invallen tegen het grote Inter Milaan.

Mijn grootste ontgoocheling?

Het EK van 2016 en de uitschakeling in de kwartfinale tegen Wales.