ANTWERPEN Toen deze krant in het jaar 2000 het levenslicht zag, was Bart De Wever een nobele onbekende. Hij was assistent geschiedenis aan de KU Leuven en dacht aan stoppen met de politiek. ‘Zijn’ Volksunie was op sterven na dood. Achttien jaar later is diezelfde De Wever de populairste politicus van Vlaanderen.

“Op 15 januari 2000 werd Geert Bourgeois onverwacht verkozen tot voorzitter van de VU”, herinnert De Wever zich goed. “Was dat niet gebeurd, dan was ik gestopt met politiek. Ik stond op het punt mijn lidkaart in te dienen. Ik kon de figuur Bert Anciaux niet meer verdragen. De partij was door hem palliatief geworden. Ik heb zelfs even overwogen om zelf kandidaat te zijn, maar Eric Defoort zaliger kon me overtuigen Bourgeois te steunen. Ik kende Geert toen nog niet. Je kan dus stellen dat 2000 een cruciaal jaar was in mijn leven. Ik heb toen trouwens mijn eerste kind gemaakt. Mijn oudste zoon is geboren in juli 2001.”

Welke richting was u anders uitgegaan?

Ik wou net als mijn broer Bruno hoogleraar worden. Politiek was een hobby. Maar gaandeweg werd ik erin gezogen. Geert wou enkele gelijkgezinden in het partijbestuur. Ik stelde mij kandidaat. Het jaar nadien brak de VU en werd de N-VA opgericht. Ik had een duidelijke visie op het project. “Wel, waarom schrijf jij geen tekst uit?” zei men. Ik heb dat gedaan. Ik was de eerste congresvoorzitter. Daarop heb ik loopbaanonderbreking aangevraagd. Dat zou een definitief afscheid van de universiteit blijken. De N-VA is trouwens aan mijn keukentafel opgericht. De twee kopstukken toen waren Geert Bourgeois, een West-Vlaming, en Frieda Brepoels, een Limburgse. Ik woonde tussenin.

Hebt u ooit spijt gehad?

Neen. Politiek is de hoogste roeping, zoals Cicero ooit zei. Maar weinigen worden ertoe uitverkoren. Wie toch dat geluk heeft, is geprivilegieerd. Ik voel me tot op vandaag geprivilegieerd dat ik dit leven mag leiden. En ik word er nog goed voor betaald ook.

Bent u ideologisch dezelfde politicus gebleven?

Zonder twijfel. Humo heeft ooit een journalist veel centen gegeven om te graven naar smeuïge citaten uit mijn verleden. Zijn ontstellende conclusie was dat ik niet veranderd ben. Ik heb als student veel geïnvesteerd in het uitdenken van een mens- en maatschappijvisie. Veel politici missen dat, wat problematisch is. Je ziet ze wankelen op bepaalde thema’s. Ik heb een fundamenteel kader.

De linkerzijde die bh’s in brand stak in mei ‘68, omarmt nu de hoofddoek. Ik noem dat soumission.

Vandaag staat identiteit centraal in uw discours. Waarom?

De massamigratie zet dat debat weer op scherp. De software van onze identiteit staat onder druk, zijnde de waarden en normen van de verlichting. We voeren weer debatten die velen niet meer wilden voeren. Neem godsdienst. De God van het christendom is een gezellige God geworden: aanwezig op moeilijke momenten, afwezig in het dagelijkse leven. Een mens bepaalt zelf wat hij eet en met wie hij slaapt. Maar dan duikt daar Allah op die wel het dagelijkse leven wil regelen. Dat zorgt voor spanningen. Veel migranten hebben geen verlichting doorgemaakt. Dat verplicht ons om opnieuw duidelijk te maken wie we zijn.

Bent u even kritisch voor de joodse gemeenschap als voor de islamitische gemeenschap?

Absoluut. Je kan mensen niet dwingen bepaalde waarden te delen. Dat is belangrijk om voorop te zetten. Het denken is vrij. De vraag is: moet je grenzen stellen aan de individuele vrijheid in de publieke ruimte? Ik vind van wel. Ik denk bijvoorbeeld aan een verbod op hoofddoeken bij de overheid of in scholen. Orthodoxe joden hechten ook veel belang aan uiterlijke tekenen van hun geloof. Maar zij aanvaarden wel de consequenties daarvan. Ik heb nog geen orthodoxe jood gezien die een loketfunctie in Antwerpen wil. Zij vermijden conflicten. Dat is het verschil. Moslims eisen wel een plek op in de publieke ruimte, in het onderwijs, met hun uiterlijke geloofstekenen. Dat zorgt voor spanningen.

Is het niet positief dat die moslims willen integreren? De orthodox-joodse gemeenschap sluit zich af.

Integratie juich ik toe. Maar de finaliteit van dit debat is de plek van godsdienst in de publieke ruimte. Een overheid hoort neutraal te zijn. Dat is de beste garantie voor de vrijheid van iedereen. Dat geldt voor elke overtuiging. Ook een shirt van Antwerp of Beerschot hoort niet thuis achter het loket.

Vindt u de segregatie van orthodoxe joden een probleem?

Op zich hoeft dat niet problematisch te zijn. Je kan natuurlijk debatteren of segregatie wenselijk is op langere termijn. Ik ga dat niet goedpraten. Dat kan de solidariteit ondergraven. Maar het botst op zich niet met de cultuur van de verlichting.

Op een joodse school in Antwerpen wordt de evolutieleer niet onderwezen. Botst dat ook niet?

Dát is inderdaad problematisch. We grijpen daar ook in. Onderwijs behoort ook tot de publieke cultuur.

Dit kan mijn laatste termijn zijn als voorzitter, maar het kan evengoed zijn dat ik er nog vijf termijnen bij doe.

Is uw discours over migratie harder geworden?

(feller) Neen. Wie dat zegt, vertelt onzin. Analyseer mijn discours van de voorbije dertig jaar. Je zal vooral continuïteit zien. Maar door de valse menslievendheid van links lijkt elk ander discours keihard. Dat is de valstrik die links spant. Alles is onmenselijk, zelfs de wet toepassen. Theo Francken had zogezegd bloed aan zijn handen omdat hij Soedanezen terugstuurde. Nu blijkt dat er niet gefolterd werd. Waar blijven de excuses? Dezelfde linkerzijde die bh’s in brand stak in mei ‘68, omarmt nu de hoofddoek als symbool van gelijkwaardigheid. Ik vind dat heel eigenaardig. Men wou het christendom kapot, maar van de islam aanvaardt men alles. Ik noem dat soumission.

U krijgt de kritiek populistisch te spreken over migratie. Wie van links hebt u bijvoorbeeld al horen pleiten voor open grenzen?

Expliciet: niemand. In de feiten: zowat allemaal. Links ziet altijd wel een reden om iemand niet terug te sturen. Zelfs mensen die geen asiel aanvragen, willen zij niet terugsturen. Met de illegale transmigranten (migranten die via ons land naar een ander land willen, red.) zijn de maskers helemaal afgevallen. Dan ben je in de feiten voor open grenzen. Geef dat dan toe in plaats van mij uit te maken voor extremist.

In 2014 zei u in deze krant dat we actieve migratie nodig hebben. Blijft u daarbij?

Absoluut, en meer dan ooit. Dat waren profetische woorden. Bedrijven vinden geen personeel vandaag. Dat is de belangrijkste klacht die ik hoor. (fijntjes) En ik ga al eens met bedrijven spreken. Máár: migratie moet anders georganiseerd worden. Je moet selectief zijn, zoals de Verenigde Staten en Canada. Je moet migranten aantrekken op basis van hun kwaliteiten en de noden van je arbeidsmarkt. Dan zal ook de draagkracht voor migratie groter worden. Wij hebben te lang een passief model gehanteerd. Ik aanvaard dat mensen hun land ontvluchten voor een oorlog. Ik aanvaard ook dat we die mensen moeten helpen. Maar ik aanvaard niet dat we die allemaal hier moeten helpen. Wie een veilig land bereikt, moet daar bed, bad en brood krijgen. Wie dan nog verder reist, is een migrant, geen vluchteling.

Wie onafhankelijkheid wil, moet de steun hebben van twee derde van de bevolking. Wij hebben dat niet.

Moet culturele achtergrond een criterium zijn voor die selectie?

(denkt lang na) Je zou een zekere proportionaliteit kunnen nastreven. Maar het belangrijkste criterium moet perspectief op arbeid zijn.

Sluit u samenwerking met Vlaams Belang uit?

Ja. Dat is evident voor mij. Ik wil geen oorlog met de islam zoals Vlaams Belang dat wil. Ik zie dat er problemen zijn in de islam, niet met de islam. Ik vind politieke hygiëne nog belangrijk. Dat geldt blijkbaar minder voor de linkse partijen. Zij sluiten gretig coalities met de communistische PVDA, een partij die banden heeft met Noord-Korea.

Iets anders. In 2013 zei u in deze krant dat structurele hervormingen onmogelijk zijn zonder institutionele hervormingen. Zat u fout?

Neen. Ik blijf daarbij. De federale regering voert hervormingen door. Maar die zijn niet structureel beveiligd. Als morgen in Wallonië het blok van PS, Ecolo en PVDA incontournable wordt, zal die trein weer ontsporen.

Is het communautaire nog belangrijk voor u?

Dat is essentieel om wat ik net zei. Ik ben geen romanticus. Het confederalisme is een instrument om hervormingen structureel te maken, geen doel op zich. Ik ben een realistisch politicus. Ik ben ook op dat vlak niet veranderd. Men verwijt mij dat: men zegt dat ik het communautaire opzijschuif, dat ik alleen met strategie bezig ben. Men mag dat zeggen. Ik doe tenminste iets. Ik heb geen zin om dertig jaar analyses te schrijven en dan met pensioen te gaan.

Bestaat de kans dat u in 2019 opnieuw in een regering stapt zonder communautair programma?

Ik ga niets zeggen dat ons op voorhand uitsluit. In 2010 zijn wij buitenspel gezet. Dat wilden we geen twee keer meemaken. Vandaar de keuze voor de Zweedse coalitie in 2014. Wat ik wel uitgesloten acht, is regeren met PS, PVDA en/of Ecolo. Tenzij die partijen willen meewerken aan een confederale structuur. Als we een kans krijgen om ons verhaal structureel op poten te zetten, dan gaan we dat niet laten liggen. En dan kunnen zij hun Waalse arbeidersrepubliek oprichten. Dat zal er gezellig worden.

Segregatie hoeft niet problematisch te zijn. Je kan natuurlijk debatteren of het wenselijk is.

Kriebelt het niet als u de Catalanen bezig ziet?

(cynisch) Dat is een geweldig succes geworden, moet ik zeggen. Ik ben geen revolutionair en ik zal dat nooit worden. Ik heb de Catalanen jaren geleden al gezegd dat wie de onafhankelijkheid wil, de steun moet hebben van twee derde van de bevolking. Zij hebben dat niet. Wij hebben dat ook niet.

Ik heb nog een citaat van eind 2012. “Er is één zekerheid: ik ben aan mijn laatste termijn als voorzitter bezig en die loopt in 2014 af.”

Nu hebt u mij te pakken op een inconsistentie. Ik kan één iets inroepen te mijner verdediging: die verandering van inzicht is niet van mezelf gekomen. Anderen hebben mij overtuigd. Ik ga daar trouwens geen boude uitspraken meer over doen. Dit kan mijn laatste termijn zijn, maar het kan evengoed zijn dat ik er nog vijf termijnen bij doe. Of tien. Dan moeten ze hun voorzitter begraven met rollator en al. (grijnst) Voilà, je hebt je titel.

Bestaat de kans dat u de macht met uzelf gaat vereenzelvigen?

Neen, dan kent u mij niet goed. Ik verwar nooit functie en persoon. Dat is de grootste politieke ziekte die er bestaat. Er is trouwens één iets veranderd op die zes jaar. Vandaag zijn ook andere figuren van de partij zichtbaar geworden. Je moet eens de pop-polls vergelijken. Dat is gezond voor de partij. Maar zelfs daarvoor was ik intern nooit de almachtige.

Als u opnieuw burgemeester wordt van Antwerpen, blijft u dat dan zes jaar?

Ja. Duidelijk genoeg? En zo sta ik weer voor het blok. (lacht)