Vorige maand was ‘Nowhere’ nog de openingsfilm van het Filmfestival Oostende, sinds woensdag is de prent van regisseur Peter Monsaert in de bioscoop te bewonderen. Een opvallende rol is weggelegd voor Koen De Bouw, die samen met de jonge talentvolle Noa Tambwe Kabati voor emotioneel vuurwerk zorgt.

Nowhere is het aangrijpende verhaal van ex-truckchauffeur André (Koen De Bouw), die zijn dagen vult met het opknappen van een afgelegen baancafé. Zijn routineuze bestaan wordt opgeschrikt wanneer hij de dakloze tiener Thierry betrapt op een poging tot inbraak. Sterk geraakt door zijn verhaal neemt André hem onder zijn hoede en gaan ze op zoek naar een spoor van Thierry’s familie. Tijdens de roadtrip groeit niet alleen een bijzondere vriendschap maar ook het besef dat ze elkaar nodig hebben om het verleden te laten rusten.

In de persmap staat dat dit jouw meest kwetsbare rol ooit is. Klopt dat?

“Goh, dat weet ik niet. Ik beweer dat zelf niet, dat zijn woorden van iemand anders, maar uiteraard is het een zeer kwetsbaar personage dat ik speel. En het is een kwetsbaar en gevoelig verhaal. Maar kwetsbaar ben je eigenlijk altijd als acteur, zelfs in komische rollen. Tussen ‘actie’ en ‘cut’ ben ik zowel kwetsbaar als ontoerekeningsvatbaar. Het is ons in die korte tijdspanne gepermitteerd om dingen te doen die we normaal gezien niet zouden doen. Dat moeten we koesteren. Soms staan regisseurs versteld van wat ik doe tussen ‘actie’ en ‘cut’. Soms sta ik daar zelf ook van versteld. Maar net daar word ik voor betaald. Ik zoek de uitersten op.”

Zijn bepaalde personages moeilijker om te spelen?

“Hoe dichter het personage bij jezelf aanleunt, des te moeilijker. En ook hoe minder interessant. De meest extreme personages zijn deelpersoonlijkheden van jezelf. Je trekt dan als acteur een bepaalde schuif open, die normaal gezien dicht blijft. Zo kom je trouwens veel over jezelf te weten.”

Je hebt een enorm palmares. Heb je wel eens het gevoel dat je al alles gedaan hebt en dat de job soms niet meer zo interessant is?

“Ik blijf gelukkig wel uitdagingen vinden. Ik merk dat in andere talen spelen een uitdaging blijft. En met nieuwe mensen werken is ook altijd een uitdaging voor me. Zo speelde ik laatst in Amsterdam, naast Kim van Kooten, met allemaal nieuwe en jonge mensen die ik nog nooit eerder had gezien. Dat maakt me het eerste halfuur toch wat onwennig, maar ik merk dan dat het me prikkelt. Het haalt me uit mijn kot, en dat is een goede zaak. Ik vind het best lastig om in een nieuwe context terecht te komen en met nieuwe mensen te werken. Dat is altijd een overwinning op mezelf. Want van nature werk ik graag met regisseurs, scenaristen en collega’s die ik al langer ken, die goed op elkaar zijn ingespeeld. Ik voel me goed in zo’n geoliede machine, maar soms is het niet slecht om uit je comfort zone getrokken te worden.”

Je bent misschien niet zo’n ‘mensen-mens’. Wat misschien wel moeilijk is als acteur?

“Als acteur valt dat mee. Als kind was dat een groter probleem. Ik ben altijd iemand geweest die graag alleen is. Ik had als kind één goede vriend. Dat vond ik prima. Maar ik heb daaraan moeten werken en hoe langer hoe meer omarm ik het sociaal contact in mijn leven. Ik heb beseft dat je ook wel alleen kunt tennissen, maar dat je je dan toch een ongeluk loopt. Sociale tools ontwikkelen heeft enorm geholpen, alleen is dat niet voor iedereen evident, zeker voor mij niet.”

Hoe is het eigenlijk met je ander werk gesteld? Ik neem aan dat er heel wat projecten – ook internationale – in het water zijn gevallen.

“Klopt, ik heb heel wat internationaal werk verloren door corona. En nu is het sinds juli eigenlijk alweer rustig. Dat levert aan de ene kant wel wat stress op, aan de andere kant vind ik het ook wel ontspannen zo. Maar in principe wordt 2022 wel een interessant jaar, als alles door kan gaan. Dat weet je tegenwoordig toch pas op de dag dat je effectief op de set staat. Maar ik heb goede moed.”

‘Nowhere’, momenteel in de bioscoop.