Toen Lierse 20 jaar geleden kampioen werd, was Bob Peeters dé ontdekking. Niet veel later zou de boomlange spits zelfs de duurste Vlaming ooit worden, voor even toch. Als trainer verloopt zijn carrière niet zo vlot. Toch is de 43-jarige Kempenaar zijn lust in het spelletje niet kwijt. En als de stress het overneemt, dan heeft hij nog ‘zijn bolleke’.

Bob Peeters zit ruim een half jaar zonder werk, maar dat betekent niet dat hij thuis de muren oploopt. “Ik neem wat afstand van het voetbal. Bewust. Even bezinnen. Dat doet deugd. Mijn vijver onderhouden, mijn beesten. Wat boeken lezen. Tijd vrijmaken voor mijn gezin. Voetbal heeft mijn hele leven gedomineerd. Als ik me ook nu alleen op dat spelletje zou fixeren, dán zou ik zot worden. Dat zou ook niet fair zijn tegenover mijn gezin. Mijn kinderen (Saar, 15, en Wout, 13, red.) genieten ervan. Al neem ik niet helemaal afstand. Ik doe graag analysewerk voor televisie. Dan voel ik me weer trainer.”

Hoe lang mag dit duren?

Ik ben heel relax: ik neem het leven zoals het komt. De competitie loopt ten einde. Dan gebeurt er ongetwijfeld vanalles. Ik leg mezelf geen druk op.

Zie je jezelf iets doen buiten het voetbal?

Neen, dat zou niet slim zijn. Voetbal is waar ik het meest affiniteit mee heb. Ik blijf ook bezeten van het spel. Maar oké, als het als trainer niet meer lukt, dan weet je nooit. Ik heb een breed interesseveld. Ik lees de krant van voor naar achter, en misschien zelfs het minst van al de voetbalpagina’s. De verkiezingen in Nederland, de situatie in Turkije, dat boeit mij allemaal. Ik lees ook veel boeken. Sun Tzu bijvoorbeeld: over de kracht van oorlogsvoering. Zware, maar schitterende lectuur. Elke topmanager zou dat moeten lezen.

Geen spijt dat je nooit verder studeerde?

Soms wel, ja. Gelukkig heb ik mijn diploma nooit nodig gehad. Anderzijds: in die tijd had ik maar één doel: voetballer worden. Niets of niemand zou mij tegenhouden. En mijn ouders steunden mij. Dat was niet evident. Wij hadden het niet breed. In de vakanties moesten mijn broer, vijf jaar ouder, en ik meehelpen met vader. Hij was boomchirurg. Als je niet wil studeren, moet je met je handen werken, zei hij. Ik had liever school dan vakantie.

Boomchirurg, help me even.

(glimlacht) Boomsnoeier. Een gevaarlijk beroep. Het is mijn vader zijn dood geworden. Verongelukt in 2002. Hij was er amper 54. (even stil) Mijn vader was een streng man. Dankzij hem deed ik alles om prof te worden. Ben ik dankbaar voor.

“Deed Lokeren beter na mij? Westerlo? Ik dacht het niet.”

Jij hebt het sprookje van Lierse meegemaakt, nu twintig jaar geleden.

(pikt in) De laatste kleine club die kampioen geworden is, en dat zie ik niet meer veranderen. De budgetten van de topclubs zijn van een andere orde nu. Dat was een delirium, die titel. Heel mijn familie is van oudsher supporter van Lierse.

Wat was het geheim van dat team? Eric Gerets?

Ook. Maar er was meer. Die groep, dat was een bende vrienden. De meesten waren streek- en generatiegenoten, allemaal jongens van onder de kerktoren, aangevuld met enkele buitenlanders. En last but not least: talent. Zet die ploeg vandaag samen, en ze doet ook mee voor de titel.

In 2000 verhuis je voor een recordsom van ruim zes miljoen euro van Roda naar Vitesse. Toch word je datzelfde jaar niet opgeroepen voor Euro 2000. Hoe rijm je dat?

Dat seizoen was mijn beste ooit. Toch kiest de bondscoach (Robert Waseige, red.) voor Branko Strupar, hetzelfde type, net genaturaliseerd. Was dat fout? De eerste wedstrijd na het EK word ik wel geselecteerd. Dat zegt misschien iets. Anderzijds: als je zelf trainer bent, snap je dat een coach moeilijke keuzes moet maken. Ik zal niet natrappen.

Je boog die ontgoocheling wel om in een positieve ervaring. Iedereen herinnert zich de vliegende reporter met de grote koptelefoon tijdens dat EK.

Wouter Vandenhaute overtuigde mij door te verwijzen naar Gary Lineker, die ook zo begonnen was. Dat moest eigenlijk serieuze televisie opleveren. Maar de vragen die ik meekreeg, liet ik links liggen. Ik stelde mijn eigen vragen, heel spontaan. Dat werd dan die hype. Weet je trouwens wie toen mijn wingman was? Erik Van Looy. Niemand kende die toen. Dag en nacht waren wij samen op stap. Geen cadeau trouwens, met Erik naar voetbal kijken. Die leeft zo hard mee, die pakt u voortdurend vast. (lacht)

Na je carrière word je trainer. Waarom?

Dat zat in mij. Als speler was ik al een leider. Een ploeg doen spelen naar jouw ideeën, is echt genieten. Dat is gelukt bij Cercle, twee seizoenen lang. Dominant voetbal, veel jonge gasten.

Je bent vijf keer ontslagen. Soms terecht?

Als hoofdcoach van Gent. Dat was voor beide partijen de beste oplossing. De druk was te groot. Ik zag dat ook zelf niet meer zitten. Maar verder? Deed Lokeren beter na mij? Deed Westerlo beter? Ik dacht het niet. Als trainer ben je een wegwerpproduct. Zeker de laatste tijd.

“Ik neem wat afstand van het voetbal. Bewust. Anders zou ik zot worden.”

Hoe verklaar je dat?

(twijfelt even) Ik zal Johan Cruyff citeren. Het bestuur van een voetbalclub moet bestaan uit mensen met knowhow én ervaring. Wie geen achtergrond heeft in het voetbal, neemt te veel beslissingen die club én speler of trainer beschadigen. Ik zou iedereen zijn boek aanraden. Je moet eens nagaan hoeveel clubs beter doen na een trainerswissel.

Vooral je kinderen lijden daaronder, zei je onlangs op Canvas.

Zij zien ook wat er verschijnt over hun vader. Ik begrijp dat een trainer een publiek persoon is. Maar journalisten moeten begrijpen dat een publiek persoon ook een gezin heeft. Neem al die voetbalsites. Wat doen die? Quotes uit hun context rukken, en er een eigen verhaal aan breien. Jongens, toch. (zucht) Een kwalijke evolutie, dat. Of hoe Nainggolan afgemaakt wordt omdat hij ocharme sigaretten rookt. (feller) En dan? Hij is tenminste niet hypocriet. Zolang die jongen presteert, is dat toch geen probleem? Mijn zoon zegt wel eens dat hij mij liever op televisie ziet dan op de bank.

Heb je nog televisieambities?

Ik krijg al eens een voorstel, maar ik wimpel die even vaak af. Weer trainer zijn is mijn ambitie. Ik zal wel kieskeuriger zijn in de toekomst. Ik zou liefst in een project stappen zoals Gerets bij Lierse in 1994. Een club die op lange termijn durft denken, die inspraak geeft, die werkt met jonge spelers, dat is wat ik wil. Ik ben ervan overtuigd dat ik kwaliteiten heb. Dat heb ik ook al bewezen.

Je grijpt vaak naar de pruimtabak, merk ik hier.

Geleerd van Rekdal, coach van Lierse in mijn laatste jaar als voetballer. Ik rookte nochtans niet voordien. Toen ik later met Preud’homme in Gent werkte, ben ik meer beginnen gebruiken. Al deed ik het nooit thuis. Mijn vrouw wist er niet van. Tot we eens samen naar een wedstrijd gingen, en ik uit gewoonte een bolleke rolde. Ze schrok nogal. (lacht) Ze is er nog steeds niet gelukkig mee. Alhoewel. Onlangs zat ik eens zonder. Dat spul komt uit Zweden, en mijn leverancier was met verlof of zo. Ik betrapte mijn vrouw erop dat ze op internet zocht hoe dat te bestellen. Ik was blijkbaar echt niet te genieten. (lacht)

Om af te sluiten: wat is het nut van interviews na een wedstrijd, behalve afgeven op de scheidsrechter?

Als coach kun je niet eerlijk zijn. Als je zegt dat het op niets trok, sla je je eigen ruiten in. Maar ik geef zelden kritiek op de scheidsrechter. Ja, na Anderlecht-Westerlo wel. En ik blijf daarbij. Ik vind dat sommigen uit en thuis anders fluiten. Vraag me niet hoe dat komt. Weet je wat ze beter afschaffen? De gezamenlijke persconferentie na een wedstrijd. Dat leidt tot wrijvingen tussen coaches, vaak door die emoties. Doe dat met elk apart, zoals in Engeland.

 

Het sportrapport van Bob Peeters

Als kind was mijn idool …

Erwin Vandenbergh in België, en Maradona wereldwijd.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Van Avermaet en Gilbert. Ik ben hevige fan van koers. En van snooker. Stephen Hendry is een god voor mij.

Mijn mooiste sportmoment?

Mijn eerste doelpunt voor de Rode Duivels. In oktober 2000, tegen Letland. Elk kind droomt daarvan.

Mijn grootste ontgoocheling?

Ik was er in elke kwalificatiewedstrijd voor het WK 2002 bij, maar ik val drie maanden voordien uit met een voetblessure. Anders was ik erbij.