Ontbijtbabbel met stand-upcomedian en tv-maker Bart Cannaerts: “Met een knipoog naar deze krant: ik ben een zondagskind!”

1773
Bart Canaerts over zijn twee ‘jobs’, theater en televisie: “Als je me zou verplichten om te kiezen, zou ik wel voor het podium kiezen.” (foto SB)
Bart Canaerts over zijn twee ‘jobs’, theater en televisie: “Als je me zou verplichten om te kiezen, zou ik wel voor het podium kiezen.” (foto SB)

Af en toe ligt de keuze voor de Ontbijtbabbel voor de hand: niet alleen is stand-upcomedian Bart Cannaerts vandaag jarig, aanstaande vrijdag speelt hij voor de voorlaatste keer zijn show ‘We moeten nog eens afspreken’. Allen daarheen!

Lang zal hij leven, lang zal hij leven! Op 42-jarige leeftijd valt dat natuurlijk wel te verwachten, al zal Bart Cannaerts daarvoor nog eerst even moeten ontsnappen uit de escape room waarin hij zich vandaag vrijwillig met zijn vriendin heeft laten opsluiten. “Het klinkt misschien vreemd, maar ik hou wel van escape rooms. Normaal doe je dat met een grote groep mensen, maar mijn lief en ik hebben ontdekt dat het ook met twee kan.” (lacht)

Laat ons hopen dat je er ook weer uit raakt, want je hebt een bijzondere week voor de boeg. Op vrijdag sta je voor de voorlaatste keer op de bühne met je huidige zaalshow. De laatste keer zal op de Gentse Feesten zijn.

“Klopt. Nu vrijdag is het in de Stadsschouwburg in Antwerpen te doen, op 16 juli in Capitole Gent tijdens de Gentse Feesten. Dat wordt er dan eentje met heel wat dronken mensen in de zaal en een heerlijk broeierig sfeertje. In ieder geval is het toch een beetje pijnlijk voor me, want ik ben deze voorstelling nog totaal niet beu, ondanks het feit dat ik hem al een keer of honderd gespeeld heb. Dat heeft uiteraard met corona te maken. Ik had al een deel van mijn voorstellingen voor corona gespeeld, en na corona voelde het toch weer allemaal nieuw. Normaal sukkel je na een vijftigtal optredens op rij in automatische piloot-modus, of je dat nu wil of niet. Maar nu is dat anders.”

De show heet ‘We moeten nog eens afspreken’. Alsof je het in coronatijden geschreven zou hebben.

Zo klinkt het inderdaad, maar die titel had vooral te maken met het feit dat ik al vijf jaar niet had opgetreden toen ik die voorstelling schreef. Dankzij corona is het nog een betere titel geworden. Het komt erop neer dat ik de mensen wat bijpraat over de afgelopen jaren, zoals je doet met mensen die je al lang niet meer gezien hebt. En het belangrijkste dat in mijn leven gebeurd is: ik heb een kind gekregen. Dat mijn dochter al zes jaar oud is, is bijzaak. (lacht) In de show is ze nog steeds drie.”

Werkt het verslavend, het applaus na een voorstelling?

“Misschien wel. Daar heb ik eigenlijk nooit over nagedacht. In ieder geval is het mijn allerleukste job. Ik zie mezelf als iemand met twee jobs: stand-upcomedy en televisie. En als je me zou verplichten om te kiezen, zou ik wel voor het podium kiezen. Ik heb het gevoel dat ik dat het best onder de knie heb. Het blijft ook altijd spannend, zeker in de try-outfase. Je bedenkt dan dingen waarvan je verwacht dat ze zullen aanslaan, maar je weet het nooit zeker. Als het lukt, is de kick wel enorm.”

Ik wil echt niet vals bescheiden klinken, maar dit is allemaal het gevolg van heel veel geluk”

Ook op tv heb je je strepen verdiend. Op je palmares: Wat Als?, Benidorm Bastards, Taboe, Switch, … Toch heb ik een beetje het gevoel alsof jij in die tv-wereld gesukkeld ben. Of was dat toch het Grote Plan?

“Ik moet bekennen dat er nooit een Groot Plan geweest is. Ik ben er letterlijk in gesukkeld. Zo is mijn comedycarrière trouwens ook begonnen: ik wilde dat gewoon een keertje gedaan hebben, want dat leek me tof. Dat succes is dan blijven duren en blijven groeien. Er overvalt mij nogal veel in het leven. Er komen dingen op mijn pad die ik niet zie afkomen. Middenin corona belde Het Geluidshuis me met de vraag of ik een hoorspel wilde maken. Oké dan. Stond dat op mijn bucketlist? Nee, maar ik vind het wel heel cool dat ik het heb mogen doen. Dat was weer een nieuwe wereld die voor me open ging. Ik moet die deuren zelf niet eens openen, ze gaan gewoon automatisch open. Met een knipoog naar deze krant: ik ben een echt zondagskind.”

Maar ook wel iemand die trots is op zijn verwezenlijkingen?

“Ik heb een moeilijke verhouding met dat woord ‘trots’. Ik weet niet goed of ik trots ben, want dan lijkt het alsof ik daar een verdienste aan heb, en dat vind ik niet. Ik wil echt niet vals bescheiden klinken, maar dit is allemaal het gevolg van heel veel geluk. Geluk dat ik de juiste mensen tegengekomen ben. Geluk dat ik bepaalde talenten heb. Want dat kan ik wel van mezelf zeggen: ik kan de mensen doen lachen en ik kan een quiz bedenken. Daar ben ik zelfs goed in. Maar dat is gewoon genetisch toeval dat ik dat kan. Ik vind het raar om daar dan trots op te zijn. Ik ben eerder dankbaar.”

De grote vakantie ligt in het verschiet. Ben jij een avontuurlijke reiziger?

“Ik ga elke zomer minstens twee weken lang naar Nieuwpoort. (lacht) Kortom: er zit geen avonturier in mij. Op geen enkel vlak trouwens, behalve professioneel misschien. Waarom Nieuwpoort? Uit nostalgie denk ik. Als kind ging ik daar al heen en heb ik er leuke tijden beleefd. Ik vind het heel makkelijk om daar onmiddellijk in een vakantiesfeer te zitten. Er moet daar niks omdat daar ook niks is. Je kunt op het strand zitten, stop de klok. (lacht) Je hoeft niet eens over alternatieven na te denken. En je kunt er met je eigen auto en eigen gerief naar toe. Ook niet onbelangrijk: ze spreken daar Nederlands. Handig, want ik ben niet zo goed in andere talen.”

Op vrijdag 24 juni staat Bart Cannaerts in de Stadsschouwburg in Antwerpen met zijn show ‘We moeten nog eens afspreken’.