Flaneren langs het water in Namen

541
Alleen al het uitzicht maakt de beklimming van de Citadel de moeite waard. (foto J.L. Flemal)
Alleen al het uitzicht maakt de beklimming van de Citadel de moeite waard. (foto J.L. Flemal)

De meest aaibare stad in Wallonië? Dat is zonder twijfel Namen. En ook de meest stijlrijke, want in tegenstelling tot Charleroi of Luik is Namen nooit een industriestad geweest. Vandaar een laatmiddeleeuws centrum vol gezellige pleintjes, nauwe steegjes en een historische kern vol architecturale pareltjes. Haar meest imponerende troefkaart houden we voor het laatst: de machtige Citadel die hoog boven de stad uittorent.

Ik herinner me Namen vaagweg van een al lang uit het geheugen gewiste – en uitgeregende – schooluitstap richting Wallonië. Dit keer geen verplicht nummertje, maar een kennismaking die me meer dan aangenaam verrast, en me zelfs lichtjes euforisch stemt. Dit is een stad naar mijn hart: broeierig, op mensenmaat en perfect geschikt om al flanerend te verkennen. Ook belangrijk, gezegend met talrijke trendy restaurants en hippe shops. Meer moet dat soms niet zijn.

Boottocht op de Maas

Namen is de fiere hoofdstad van Wallonië. Persoonlijk voel ik me – als kustbewoner – sterk aangetrokken tot steden die een connectie met het water hebben. Dat treft. Namen ligt daar waar de Samber in de Maas vloeit. Daar vindt men ook de gebouwen van het Waals parlement, aan de voet van de Citadel.

Een aanrader voor wie tijdens de zomermaanden de stad bezoekt: normaal gezien kan je vanaf 1 mei een boottocht op de Maas maken. De ideale manier om de stad vanuit een nieuw perspectief te ontdekken. Het vertrek is voorzien aan de Quai des Chasseurs Ardennais, pal tegenover de brug die Namen met het nabijgelegen Jambes verbindt.

Nu we toch Jambes hebben vernoemd; deze deelgemeente is gelegen aan de overkant van de Maas. Wie de Maas richting Jambes oversteekt, ontdekt langs de Maasboorden een mooi aanbod aan pronkerige art-decovilla’s. Naar het schijnt wonen hier enkele lokale beroemdheden als Benoît Poelvoorde en Cécile de France. Tijdens mijn wandeltocht langs de Maasboorden loop ik geen BW’s tegen het lijf, maar geniet ik vooral van het bedwelmend mooi zicht op de stad en de Citadel.

De binnenstad verkennen

Tijd om de binnenstad in te trekken. Die bestaat uit een kluwen van pleintjes, nauwe stegen en autovrije straten. Kortom, de perfecte achtergrondsetting om al slenterend te verkennen. Het centrum bevat trouwens vooral 18de eeuwse gebouwen. Namen is immers doorheen de eeuwen heel vaak belegerd, platgebrand en vernield geweest, vandaar dat je er weinig middeleeuwse restanten terugvindt.

Het is gezellig flaneren in de binnenstad, vol winkeltjes en caféetjes. (foto Dennis Erroyaux)©Denis Erroyaux
Het is gezellig flaneren in de binnenstad, vol winkeltjes en caféetjes. (foto Dennis Erroyaux)©Denis Erroyaux

Ik laat de Rue de Fer – dé drukke maar saaie winkelstraat van de stad – links liggen en zet mijn slenterplezier verder in authentieke straatjes zoals Rue de la Croix, Rue Saint-Jean en Rue des Fossés Fleuris. Mijn tip: laat je gewoon leiden door je instinct, of je neusgevoel. Weinig kans dat je verdwaalt, want de binnenstad is slechts een figuurlijke zakdoek groot. Ik laaf mijn dorst op de Place du Marché aux Légumes, een gezellig stadspleintje dat ergens het midden houdt tussen de Oude Markt van Leuven en de Eiermarkt in Brugge. Sfeer te over, maar voor ook behoorlijk druk. Hier vind je ookLe Ratin-Tot, het oudste – van 1616 – café van Namen. Heb je het liever rustig, dan is de Place du Chanoine Descamps een aanrader: minder studentikoos – en automatisch minder druk – en gezegend met enkele gezellige koffiebars en dito restaurants.

Félicien Rops

Tijdens mijn slentertocht stuit ik bijna per toeval op het Félicien Rops-museum. Dat komt goed uit, want dit museum staat op mijn ‘to do’-lijst. Rops leefde in de 19de eeuw en was een tegendraadse dwarsligger pur sang die met zijn duivelse, licht pornografische en diabolische werken met plezier tegen de schenen van de burgerij en het katholicisme schopte. Het Museum Félicien Rops is voor mij een aangename kennismaking met één van de meest onderschatte Belgische kunstenaars van de 19de eeuw. Het museumaanbod is breed, en gaat van schetsen en aquarellen over schilderijen tot brieven en tekeningen.

Hoogtepunt

De Citadel van Namen is voor mij letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van een bezoek aan Namen. Gelegen op een 100 meter hoge heuvel heerst de citadel al vele eeuwen over Namen en omgeving. De citadel wel vaak belegerd en kende ook vele meester, zoals de Spanjaarden, de Oostenrijkers en de Fransen. Anno 2022 is de citadel een absolute topper, met het bezoekerscentrum Terra Nova in een oude legerkazerne als eerste halte. Hier word je onder begeleiding van een gids meegenomen op een intrigerende ontdekkingstocht in het immense ondergrondse gangenstelsel dat ons een intrigerende inkijk biedt in maar liefst 2000 jaar militaire geschiedenis.

Het is de klim naar de Citadel zeker waard, al kan je sinds vorig jaar ook gebruik maken van de kabelbaan die de benedenstad met de Citadel verbindt. Op de terugweg, te voet, houd ik nog even halt bij Parfumerie Delforge, een uniek atelier in de ondergrondse gewelven onder de Citadel, waar bezoekers worden ingewijd in de mysterieuze wereld van de parfums. Hier kan je een persoonlijk parfum laten samenstellen. Zo komt het dat ik even later goedgemutst, en lekker geurend, de fiere Waalse hoofdstad verlaat.

(Igor Vandenberghe)