Vlaams viceminister-president Bart Somers over de voorzittersverkiezingen bij Open VLD: “Bart Tommelein zou een goede voorzitter zijn”

Een archaïsch agentschap, een oppositie die bloed ruikt, een samenleving die worstelt met wantrouwen en racisme: Bart Somers, de nummer één van Open VLD in de Vlaamse regering, staat voor een zware én delicate opdracht, namelijk de verschillende culturen in dit land doen samenleven. De liberaal wil dat op zijn manier aanpakken.

Een gigantische foto van de Grote Markt van Mechelen geeft kleur aan zijn kabinet. Of hij nog over het Mechels model mag spreken, vraag ik met een knipoog. Een verwijzing naar de uitspraken van collega-minister Zuhal Demir (N-VA) enkele maanden geleden in deze krant. Die liet noteren dat het Mechels model niet de leidraad is voor de Vlaamse regering. Somers kordaat: “Wij werken goed samen, maar ik laat me niet dicteren wat ik mag zeggen en wat niet.” De liberaal blaakt van zelfvertrouwen. Hij straalt dat ook uit. “Ik sta voor een delicate opdracht. Ik weet dat. Maar ik ben optimistisch gestemd. Ik heb in Mechelen gezien dat het kan. De stad was verscheurd, toen ik daar burgemeester werd. Vlaams Belang behaalde meer dan dertig procent. Vandaag is de stad fundamenteel veranderd. Zijn alle problemen van de baan? Neen. Maar de mensen geloven weer in elkaar en in de toekomst. Dat wil ik ook in Vlaanderen bereiken.”

“Iedereen moet zich aanpassen aan de diverse samenleving van de 21ste eeuw”, zei u drie jaar geleden in deze krant over de visie in Mechelen. Is dat ook uw visie als minister?

Dat is mijn overtuiging. Als we een succesvolle samenleving willen, dan moeten we allemáál inspanningen leveren. Ik ga drie elementen noemen die cruciaal zijn voor mij. Ten eerste moet élke burger de grondwaarden van onze samenleving verdedigen. Dat gaat over vrijheid van meningsuiting, gelijkheid van man en vrouw, non-discriminatie, enzovoort. Ten tweede moeten we snel en sterk inburgeren. Migratie moet weliswaar behapbaar blijven, maar is een realiteit. Ten derde moeten we segregatie voorkomen. We leven te vaak naast en te weinig met elkaar. Dat zorgt voor wantrouwen. Iederéén moet zich aanpassen aan de nieuwe realiteit.

(foto Ivan Ruck)

Het klinkt eenvoudig als u het zegt.

(onverstoord) Ik ben niet naïef. Dat is niet eenvoudig. Sommigen noemen de multiculturele samenleving een mislukking, anderen een succes. Ik zeg dat de twee fout zijn. Het is vooral een realiteit. Wist u dat 37 procent van onze kinderen tot vijf jaar een migratieroots hebben? Dat zijn allemaal Vlamingen. We moeten daarmee aan de slag. Dat zal voor spanningen zorgen. We mogen dat ook benoemen. Maar laat ons eerlijk zijn: vandaag zijn we haast geobsedeerd door de problemen. Ze worden uitvergroot als nooit tevoren. Ik ga ook de successen noemen.

Deze regering verhoogt de drempels voor nieuwkomers. Waarom is dat nodig?

We vragen vooral meer inspanningen. Dat is iets anders. We doen dat in het belang van de nieuwkomer en de samenleving. Wie geen Nederlands spreekt, zal nooit helemaal integreren. We maken daarom onze cursussen minder vrijblijvend. We gaan examens afnemen.

“Ik vind het misplaatst en dom dat carnavalisten lachen met de Holocaust. Maar een overheid kan dat niet verbieden.”

U gaat ook geld vragen voor inburgering. Wat helpt dat?

Dat zorgt ervoor dat een cursus niet vrijblijvend aanvoelt. Dat is belangrijk.

Dat gaat over 360 euro. Wie dat niet kan betalen, moet naar het OCMW.

Neen, dat zou zelfs idioot zijn. We werken aan andere oplossingen. Vrijwilligerswerk bijvoorbeeld. Dat is een piste waarmee ik bezig ben. We hoeven niet paternalistisch te zijn tegenover nieuwkomers. Die mensen willen heus iets doen voor onze samenleving. Wie die som niet kan betalen, kan dan in ruil vrijwilligerswerk doen. Dat zou een zinvolle maatregel zijn, denk ik.

U verhoogt ook drempels, zoals voor zorgbudget en sociale woningen. Dat is toch vooral om het onbehagen weg te werken? Wringt dat niet?

(feller) Ik betwist dat fundamenteel. Wie denkt dat onbehagen verdwijnt door frustraties te bevestigen, die dwaalt. Ik verdedig wel het principe dat iemand eerst moet bijdragen vooraleer te genieten van bepaalde voordelen. Wij vragen meer van nieuwkomers, dat klopt. Maar we verlangen ook meer van de ontvangende samenleving. Ik ga een voorbeeld geven. In de cursus maatschappelijke oriëntatie zitten alle nieuwkomers samen, de professor en de analfabeet. Dat is inefficiënt, volgens mij.

Dat is “de puinhoop”, zoals Groen dat noemt, van het Agentschap Integratie en Inburgering.

Ik ga iets diplomatischer zijn: er is daar veel winst te boeken. We moeten eigenlijk een revolutie creëren. Dat gaat niet over de medewerkers. Die zijn geëngageerd. Dat gaat over de werking. Die is totaal verouderd. Een ander voorbeeld. Een man moet stoppen met de cursus Nederlands, omdat dat niet te combineren valt met zijn werk. Hij moet namelijk fysiek aanwezig zijn op de cursus. (zucht) Dat is onwaarschijnlijk in deze digitale tijden.

U wil nieuwkomers koppelen aan buddy’s. Is dat gestoeld op het Mechels model?

Onder meer. Ook andere steden doen zoiets. Dat buddyproject wordt een belangrijk onderdeel van het integratietraject. Als een Marokkaanse migrant één kennis heeft in zijn private kring die niet behoort tot zijn etnische groep, dan verdubbelen zijn kansen op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit onderzoek van de universiteit van Leuven. We gaan daarom élke nieuwkomer minstens veertig uur koppelen aan een vrijwilliger die geboren en getogen is in Vlaanderen. Dat is segregatie tegengaan en van integratie een succes maken. Dat is trouwens verrijkend voor de twee kanten.

“Wie de inburgering niet kan betalen, kan in ruil vrijwilligerswerk doen. Dat zou een zinvolle maatregel zijn.”

Even terug naar uw basisvisie. Waarom moeten ook Vlamingen zich aanpassen?

U mag geen karikatuur maken van dat woord. Ik bedoel daarmee niet dat Vlamingen hun manier van leven moeten aanpassen. Ik bedoel daarmee dat élke mens zich voortdurend aanpast. Toen ik vader werd, heb ik mij aangepast aan die nieuwe rol. Toen de sociale media opkwamen, heb ik mij als politicus aangepast aan die nieuwe realiteit. Als ik nieuwe buren krijg, dan ga ik mij ook aanpassen. De mens is permanent in verandering. Dat bedoel ik.

Sam van Rooy (Vlaams Belang) vindt dat onzin. “We moeten naar een monoculturele Vlaamse realiteit”, zei hij deze week in het parlement.

Dat is veredelde toogpraat met een grote ranzigheid. Wat wil die écht? Ik lees tussen de lijnen dat honderdduizenden mensen gedeporteerd moeten worden. (fel) Ik noem dat onaanvaardbaar. Dat is een voorbeeld van een onverantwoorde politicus die stokebrand wil spelen. Ik wil werken aan oplossingen.

U kan u nog boos maken, voel ik.

Dat is zo. Ik moet oppassen met historische vergelijkingen, maar toch. (even stil) Als iets kwaakt zoals een eend, loopt zoals een eend en eieren legt zoals een eend, dan mag ik ervan uitgaan dat het een eend is, zeker?

U bedoelt dat de Vlaams Belang-fractie lijkt op de nazifractie in de Reichstag, zoals u al zei na de brandstichting in Bilzen?

Zij beoordelen mensen op basis van afkomst en huidskleur. Dat is stuitend. Dat staat haaks op onze westerse waarden. Ik vind dat iets schizofreen hebben. Extreemrechtse politici hebben de mond vol van onze westerse waarden, maar ze zijn blind voor een essentieel onderdeel, namelijk non-discriminatie. Ik ga dat blijven benoemen. Racisme is onaanvaardbaar.

Maar blijkt wel een probleem. U hebt ook de reacties gelezen na de bootramp voor de kust van De Panne.

(pikt in) Die zijn niet representatief voor Vlaanderen. Sociale media zijn slechte graadmeters. Ik laat me daar niet door leiden. Dat neemt niet weg dat racisme een probleem is.

Volgens Michael Freilich (N-VA) wordt dat niet hard genoeg aangepakt door de parketten. Vindt u dat ook?

Men zou kordater mogen optreden tegen online racisme, ik vind dat ook, ja. Maar het is niet aan mij om richtlijnen te geven aan de rechterlijke macht.

(foto Ivan Ruck)

Volgend weekend is het carnaval in Aalst. Gaat u?

Neen. Ik voel me persoonlijk niet zo aangetrokken door carnaval, moet ik bekennen.

Vindt u dat met alles gelachen mag worden?

Dat is een moeilijke vraag. De vrijheid van meningsuiting is een belangrijk fundament van onze samenleving. Dat betekent dus dat met alles gelachen mag worden. De vraag is of dat nodig is. Dat moeten mensen zelf uitmaken. Dat gaat over individueel normbesef. Ik vind het misplaatst en dom dat carnavalisten lachen met de Holocaust. Maar een overheid kan dat niet verbieden. Ik vind het wél de taak van de burgemeester om het gesprek aan te gaan.

Deze regering gaat religieuze tekens, zoals de hoofddoek, verbieden voor de klas en aan het loket. Dat kan ook tot discriminatie leiden, zeggen tegenstanders. Wat is uw motivatie?

Er zijn twee stromingen in het liberalisme. De ene zegt dat de overheid neutraal moet zijn en die neutraliteit ook moet uitstralen. Deze regering volgt die stroming. De andere zegt dat de overheid neutraal moet handelen, maar dat mensen vrij zijn om te dragen wat ze willen.

U was toch voorstander van die stroming?

Dat is zo. Ik ga dat niet ontkennen. Maar in het regeerakkoord werd een andere afspraak gemaakt. Ik ga dat respecteren. Ik heb er wel over gewaakt dat lokale besturen aan hun loketten zelf kunnen beslissen. (even stil) Dit is voor mij de moeilijkste passage van het regeerakkoord, ik steek dat niet weg.

U gaat het misschien niet moeten uitvoeren. Er zijn geruchten dat uw partij vervangen zou worden door SP.A.

Dat moet u vragen aan de mensen die die geruchten verspreiden. Ik weet van niets. Ik voel ook geen signalen in die richting. De samenwerking tussen de coalitiepartners verloopt goed. Het is natuurlijk zo dat het uitblijven van een federale regering zorgt voor een instabiel politiek klimaat. Maar wij hebben één duidelijke afspraak gemaakt: dat we het federale niveau gescheiden houden van het Vlaamse niveau.

Volgens N-VA is er nog een afspraak: dat de drie Vlaamse coalitiepartners ook federaal een front vormen.

Ik kan dat formeel ontkennen. Dat klopt niet. Er is op Vlaams niveau geen enkele link gemaakt naar de federale formatie.

Het kan dus dat uw partij in een federale regering stapt zonder N-VA. Of omgekeerd.

Dat kan. Dat is de logica van dit politieke bestel.

Ziet u nog een andere mogelijkheid dan nieuwe verkiezingen?

Ik kan niet in de toekomst kijken. Ik hoop dat er een échte regering komt. Dat zou goed zijn voor dit land. Deze instabiliteit weegt ook op de bevolking. De politiek moet zorgen voor oplossingen. Dat is wat ik wil doen. Als ik voor betere inburgering kan zorgen en het cultureel onbehagen kan tegengaan, dan heb ik iets zinvol gedaan met mijn mandaat. Dan ben ik als het ware mijn geld waard. Dat is wat een politicus hoort te doen.

 

“Ik bewonder wel wat Bart Tommelein gedaan heeft in Oostende”

 

Uw partij organiseert in maart voorzittersverkiezingen. Wie gaat u steunen?

We hebben twee sterke kandidaten, volgens mij: Bart Tommelein en Egbert Lachaert. Dat zijn twee bekwame politici die al jaren tot de partijtop behoren. Ik bewonder wel wat Bart gedaan heeft in Oostende. Open VLD is daar van dertien naar twintig procent gestegen. Dat is een straffe prestatie.

U gaat dus voor Tommelein stemmen?

Bart zou een goede voorzitter zijn. Hij heeft het voordeel dat hij burgemeester is. Ook zijn nalatenschap in de Vlaamse regering is indrukwekkend. Hij is erin geslaagd het energieverhaal tot iets positiefs om te buigen. Ik hoor collega’s vol waardering spreken daarover.

U noemt Els Ampe niet.

Met alle sympathie, maar de strijd zal gaan tussen Bart en Egbert, denk ik.

Wat is de inhoudelijke inzet?

Het liberalisme mag niet op één flank geparkeerd worden. Als dat zou gebeuren, dan dreigen we irrelevant te worden. Mijn partij moet de vrijheid verdedigen op élk front: economie, samenleven, ethische domeinen, leefmilieu, overal. We mogen dat gerust offensiever doen dan vroeger. Die vrijheid staat namelijk onder druk. Populisten zaaien angst om de vrijheid uit te hollen.

Kan een liberale partij laten passeren dat een regering een kook-app van een half miljoen euro lanceert, terwijl duizenden mensen wachten op essentiële zorg?

(blaast) Weet u waar we geen nood aan hebben? Aan ministers die kibbelen op straat. Ik weet ook dat er andere noden zijn dan een kook-app, maar ik vind dat er op die manier een karikatuur gemaakt wordt van mijn collega (Wouter Beke, CD&V, red). Ik ga daar niet aan meedoen.

 

 

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier