Redactiedirecteur Pascal Kerkhove: “Een mens zou zowaar heimwee krijgen naar tijden waarin de tocht moeilijk was, maar de gids ervaren”

Goeiemorgen,

Mijn kindertijd leest als een dik boek vol fijne herinneringen. Een klein én warm jong leven, enkele jaren geleden nog prachtig bezongen door de Fixkes in ‘Kvraagetaan’. Het was warm in de zomer, koud in de winter en meestal nat tussendoor. En was het anders, dan heette dat gewoon een uitzondering. Ik wist dat Boudewijn onze koning was, maar verder had ik weinig met de man zijn leven. En hij nog minder met het mijne. Koningen die wel af en toe mijn aandacht trokken, waren Caspar, Melchior en Balthazar. Hen speelden we na, net als Eddy Merckx of Johan Cruijff. En toegegeven, een portie eigenbelang was niet vreemd aan die koninklijke interesse bij onze jaarlijkse verkleedpartij kort na Nieuwjaar. Met zijn drieën doken we in de kleerkast van onze ouders, maakten hoofdkransen en sterrenstokken, repeteerden nog even en trokken zingend van deur tot deur. Onze wijk, onze wereld. De wijde wijk…

‘Driekoningen. Driekoningen.

Geef mij een nieuwe hoed.

Mijne oude is versleten.

Mijn moeder mag ‘t niet weten.

Mijn vader heeft het geld

op de rooster geteld.’

Ons recital klonk valser dan vals, maar nergens kregen we een deur in ons gezicht. Integendeel. Vaak moesten we een tweede keer zingen, nadat de rest van de familie in het deurgat was komen aansluiten. We kenden de huizen en hun bewoners, we wisten op voorhand de buit: een stuk van 5 of 10 frank, soms een briefje van 20 en heel uitzonderlijk een briefje van 50 (1,2 euro). In dat geval zongen we spontaan een derde keer, elk jaar opnieuw… Wij deden alsof we voor het eerst zongen, zij deden alsof ze ons niet herkenden. Pascal, Koen en Bart, de drie koningen van het villapark. Wie Melchior was, wie Balthazar en wie Caspar deed er niet toe. Zou dat er vandaag toe doen? Nu al bijna twee weken gaan Joachim Coens, Egbert Lachaert en Georges-Louis Bouchez als de moderne drie koningen door het leven. Ze zingen niet en zaten duidelijk nog minder in moeders kleerkast, maar zijn overduidelijk wel op zoek. Beter nog, ze zijn zoekende. Of zijn ze alweer het spoor kwijt en was dat er ooit wel? Goud, wierook en mirre waren de geschenken van 2000 jaar geleden bij de zoektocht naar de pas geboren Jezus. Conner Rousseau heeft niets met Jezus en woont tijdelijk in Nieuwpoort, maar gisteren kon hij eindelijk uitkijken naar wat de moderne drie koningen voor hem in petto hadden. Even dreigde het aangekondigde bezoek nog in het water te vallen omdat de drie koningen elkaar nog minder lijken te vertrouwen dan boksers in een ring. Wie daar voor u staat, is de vijand. In het huidig politiek landschap is die helderheid verdwenen. De vriend van gisteren is vandaag de vijand en morgen worden ze weer samen vrienden tegen een nieuwe vijand. Wat overmorgen met politieke vriendschap doet, weet niemand nog. Het is een treurspel in ongekende bedrijven en met nog meer schade om de hoek. Ons land kent niet meer de eenvoud van toen het nog altijd warm was in de zomer, koud in de winter en tussendoor meestal nat. Ons land kreunt zwaarder dan ooit en schreeuwt om politiek leiderschap dat verder kijkt dan de tweet van de dag, het interview van de week, de peiling van de maand of de verkiezingen van 2024. Een mens zou zowaar heimwee krijgen naar tijden waarin de tocht moeilijk was, maar de gids ervaren. De situatie vandaag duldt nog slechts één waarheid, even simpel als complex: durf nu samen de brug over te steken of ga apart naar nieuwe verkiezingen. Bij elke keuze hoort eigen moed en wijsheid, maar ook algemene kennis: wie niet waagt, wint nooit.

“De vriend van vandaag is de vijand van morgen. En wat overmorgen met politieke vriendschap doet, weet niemand nog.”

Het is al enkele dagen zomer, buiten is het fris en nat. De vakantie wenkt en na deze confronterende coronamaanden verdienen we allemaal ons streepje zon. Overal, altijd, buiten, binnen, bij dag, bij nacht… Als onze oren nog horen wat de ogen niet meer zien. Als ons hart nog raakt wat onze handen niet meer voelen. Als onze ogen raden wat onze voeten doet struikelen. Ik kijk naar de foto’s van een vriend tegen de muren van een galerij aan zee. Ik zie pure schoonheid. Een man kijkt de zee recht in de ogen. Nederig en moedig.

Zou het alsnog een moderne politicus kunnen zijn?

 

Maak er een fijne zondag van.

Reageren? Pascal.kerkhove@roularta.be

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier